RFR 2021/82
Omgang. Wat mag van de rechter worden verwacht als de met het gezag belaste ouder weigert mee te werken aan de omgangsregeling?
Hof Amsterdam 23-03-2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:798
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
23 maart 2021
- Magistraten
Mrs. M.F.G.H. Beckers, M.T. Hoogland, M. Groenleer
- Zaaknummer
200.285.195/01 en 200.285.195/02
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS274703:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:2021:798, Uitspraak, Hof Amsterdam, 23‑03‑2021
- Wetingang
Art. 1:377a BW; art. 611 Rv
Essentie
Omgang.
Wat mag er van de rechter worden verwacht als de met het gezag belaste ouder zonder goede gronden weigert mee te werken aan de omgangsregeling tussen een kind en de andere ouder?
Samenvatting
De man is in april 2018 veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, wegens mishandeling van de vrouw in december 2014 en wegens in augustus 2014 gepleegde brandstichting. Partijen zijn sinds hun relatiebreuk in 2013/2014 in gerechtelijke procedures verwikkeld, die in hoofdzaak draaien om de omgang tussen de minderjarige en de man. Sinds de detentie van de man (sinds september 2018) heeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.