Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/1.4.1
1.4.1 Algemeen/eerste luik
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS368499:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie o.a. Geerts (Diss.), par. 1.1 t/m 1.5, Veenstra (Diss.), hoofdstuk 2, Leijten en Nieuwe Weme, p. 123 t/m 129, Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II*, nr. 726, M.W. Josephus Jitta, Het voorzitterschap van Huub Willems van de Ondernemingskamer; een periode van bloei, Ondernemingsrecht 2009/94, C.J.M. Klaassen, ‘De ondernemingskamer uitgelicht’, in (Van Solinge e.a.) Geschillen in de vennootschap, VHI-reeks, nr. 105, Deventer: Kluwer, 2010 en R.P. Jager, ‘De levensloop van het enquêterecht’, in M.Holtzer, A.F.J.A. Leijten en D.J. Orange (red.), Geschriften vanwege de Vereniging Corporate Litigation 2012 – 2013, VHI-reeks, nr. 115, Deventer: Kluwer, 2013.
De zeventien hoofdstukken van dit onderzoek zijn onderverdeeld in vijf luiken. Het eerste luik is algemeen van aard.
Het bevat een algemene beschrijving van de enquêteprocedure (hoofdstuk 2). In het kader van dit onderzoek is het niet nodig om uitvoerig stil te staan bij alle aspecten van deze procedure. Te minder, gezien de overvloedige literatuur die dienaangaande beschikbaar is. Evenwel is een beknopt overzicht onontbeerlijk voor de zelfstandige leesbaarheid van dit onderzoek. Ook bespreekt hoofdstuk 2 een aantal (rechts)vragen die van belang zijn voor de vraag welke (onmiddellijke) voorzieningen kunnen worden getroffen. In hoofdstuk 2 zal soms ook aandacht worden besteed aan rechtspersonen waarop dit onderzoek strikt genomen geen betrekking heeft, zoals verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen en stichtingen. Het toch (beknopt) bespreken van het enquêterecht ten aanzien van deze rechtspersonen draagt bij aan het inzicht in het enquêterecht en leidt niet (wezenlijk) af van het daadwerkelijke onderwerp van dit onderzoek.
Het eerste luik bevat daarnaast een uiteenzetting van de wetsgeschiedenis (hoofdstuk 3). Over de (wets)geschiedenis van het enquêterecht is al het nodige geschreven.1 In het kader van dit onderzoek is het niet nodig dat nog eens dunnetjes over te doen. Voor een goed begrip van (onmiddellijke) voorzieningen is het wel nodig om stil te staan bij de wijze waarop de wetgever deze heeft willen vormgeven en wat de stand van het recht op dat moment was. Ook van belang is om voor ogen te houden wat de wetgever niet gedaan heeft.