NJ 1933, p. 1038
Bedreiging met gijzeling, terwijl de uitspraak, waarop de ingijzelstelling zonden steunen ten onrechte gegeven blijkt te zijn. Geen onrechtmatige daad.
HR 06-04-1933, ECLI:NL:HR:1933:238
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 april 1933
- Magistraten
Mrs. Fentener van Vlissingen, Visser, van den Dries, van Gelein Vitringa, Kranenburg.
- Zaaknummer
[06041933/NJ_1933,_p._1038]
- Conclusie
Mr. Besier
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1933:238, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑04‑1933
- Wetingang
(BW art. 1401.)
Essentie
Bedreiging met gijzeling, terwijl de uitspraak, waarop de ingijzelstelling zonden steunen ten onrechte gegeven blijkt te zijn. Geen onrechtmatige daad.
Samenvatting
Het uitlokken van een rechterlijke uitspraak, welke gijzeling der wederpartij mogelijk maakt en het te kennen geven, dat tot tenuitvoerlegging daarvan zal worden overgegaan is, ook indien later de uitspraak ten onrechte gegeven blijkt te zijn, geen onrechtmatige daad, nu zelfs niet is beweerd, dat bij het uitlokken van de uitspraak de beweerde schuldeischer zich aan kwade trouw of ernstig verzuim, zou hebben schuldig gemaakt. Het enkele feit, dat de vordering f 250,000 bedroeg, sluit zoodanig opzet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.