BA 2016/110
Procesvertegenwoordiging, voldoende specifieke machtiging, geen misbruik van recht
RvS 13-04-2016, ECLI:NL:RVS:2016:992
- Instantie
Raad van State
- Datum
13 april 2016
- Zaaknummer
201505928/1/A3
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Bestuursrecht algemeen (V)
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Beroep
Bestuursprocesrecht / Bezwaar
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2016:992, Uitspraak, Raad van State, 13‑04‑2016
- Wetingang
Art. 7:15 lid 2 en 8:24 lid 1 en 2 Algemene wet bestuursrecht (Awb); art. 3:13 en 3:15 Burgerlijk Wetboek (BW); Wet openbaarheid van bestuur (Wob); Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb); Regeling van de minister van Veiligheid en Justitie van 2 december 2015 tot indexering van bedragen in de Algemene wet bestuursrecht, het Besluit proceskosten bestuursrecht, de Wet griffierechten burgerlijke zaken en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (Stcrt. 2015, 44577); Wet administratiefrechtelijke handhandhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Essentie
Procesvertegenwoordiging, voldoende specifieke machtiging, geen misbruik van recht
Samenvatting
Art. 8:24 Awb noch een andere rechtsregel staat in de weg aan het verlenen van een in algemene bewoordingen geformuleerde machtiging tot het voeren van procedures en het in verband daarmee verrichten van alle noodzakelijk geachte handelingen. Een machtiging dient wel voldoende specifiek te zijn om de grenzen van de vertegenwoordigingsbevoegdheid te kunnen bepalen. Zo strekt een machtiging voor het indienen van een bezwaarschrift zich niet uit tot het indienen van een beroepschrift. Het gebruik van een in algemene bewoordingen geformuleerde machtiging kan overigens een aanwijzing opleveren dat misbruik ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.