Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/10.5:10.5 Uitzondering op uitzondering
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/10.5
10.5 Uitzondering op uitzondering
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS484818:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Onder het regime van het oude Burgerlijk Wetboek kon een eigenaar zich niet onttrekken aan zijn verplichtingen ingeval de scheidsmuur toebehoorde aan een aan hem in eigendom toebehorend gebouw dan wel in de stad en aangebouwde voorsteden en dorpen tot afscheiding strekte van aan elkaar grenzende huizen, open plaatsen en tuinen (art. 683 lid 2 BW (oud), laatste zinsdeel).
Thans wordt de uitzondering geformuleerd als volgt:
‘De vorige leden zijn niet van toepassing op een muur die twee gebouwen of werken gemeen hebben, noch op een muur, hek of heg waardoor twee erven in een aaneengebouwd gedeelte van een gemeente van elkaar worden gescheiden.’
(art. 5:66 lid 3). Deze uitzondering is daarop gegrond dat het nut van de desbetreffende werken altijd bij beide buren blijft. Het is dan ook niet redelijk om de lasten aan een van de eigenaren te doen toekomen.1 Buiten de aan een gebouwde gedeelten van een gemeente is overdracht van een aandeel in een mandelige muur wel mogelijk. Dit hangt hiermee samen dat in die situatie een buur ook niet gedwongen kan worden bij te dragen in de kosten van een afsluiting.2 Overigens is een andere keuze zeer wel denkbaar. In art. 66 lid 3 van het Arubaans en Nederlands-Antilliaans Nieuw Burgerlijk Wetboek wordt bepaald dat overdracht van een onverdeeld aandeel in een muur, hek of heg waardoor twee erven worden gescheiden niet mogelijk is. De beperking ‘in een aaneengebouwd gedeelte van een gemeente’ bestaat daar niet.