Einde inhoudsopgave
Gegevensbescherming in faillissement (O&R nr. 136) 2023/1.5.1
1.5.1 Relevante actoren binnen het onderzoek
mr. M.D. Reijneveld, datum 01-08-2022
- Datum
01-08-2022
- Auteur
mr. M.D. Reijneveld
- JCDI
JCDI:ADS675713:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Niet noodzakelijkerwijs, zie bijvoorbeeld Rb. Overijssel 2 november 2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:4574.
Giakoumopoulos, Buttarelli & O’Flaherty 2018, p. 102. In het algemeen is het volgens de WP29 – de onafhankelijke Europese werkgroep die verantwoordelijk was voor de behandeling van kwesties in verband met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van persoonsgegevens onder de voorloper van de AVG – beter om een bedrijf of organisatie als verwerkingsverantwoordelijke te kwalificeren in plaats van een specifieke persoon binnen dat bedrijf. Zie: WP29 1/2010, p. 15: “In the strategic perspective of allocating responsibilities, and in order to provide data subjects with a more stable and reliable reference entity for the exercise of their rights”. Zie ook EDPB 7/2020, §17 e.v.
Von dem Bussche & Zeiter 2016.
Art. 58 lid 2 sub a, b en f AVG.
Toetsingscommissie INSOLAD 2021, TvI 2022/12 m.nt. M.D. Reijneveld; Reijneveld 2022.
Zie bijv. Hof Arnhem-Leeuwarden 24 april 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:3444. Zie ook: Hox 2018, p. 1.
De eerste partij die in mijn onderzoek centraal staat, is de curator. Een curator is over het algemeen een jurist,1 en in ieder geval de partij die door een rechtbank wordt benoemd in een faillissementsprocedure. In de wet wordt geen definitie gegeven van de curator en ook niet aangegeven aan welke criteria iemand moet voldoen om tot curator te worden benoemd. Wel wordt zijn taak omschreven in de wet. De taak van de curator is om het faillissement af te wikkelen. Om dat te doen is hij belast met het beheer en de vereffening van de failliete boedel.2
De AVG benoemt een aantal partijen die in mijn onderzoek een centrale rol spelen. Ik bespreek kort wie deze partijen zijn en wat hun rol binnen het gegevensbeschermingsrecht is. Allereerst is dat degene op wie de persoonsgegevens betrekking hebben. Deze persoon wordt in de AVG de betrokkene genoemd.3 De betrokkene heeft op basis van de AVG een groot aantal rechten. Deze rechten bespreek ik verder in hoofdstuk V.
Alle verwerkingen van persoonsgegevens vinden plaats onder de verantwoordelijkheid van een verwerkingsverantwoordelijke. De verwerkingsverantwoordelijke is degene die “alleen of samen met anderen, het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt”.4 Het hebben van feitelijke beslissingsmacht is daarbij leidend. Zowel een natuurlijk persoon als een rechtspersoon kan verwerkingsverantwoordelijke zijn.5 De verwerkingsverantwoordelijke is verantwoordelijk voor het naleven van de AVG.6 Verwerkingsverantwoordelijkheid ziet op de verwerking van persoonsgegevens.7 Een verwerkingsverantwoordelijke is niet verantwoordelijk voor het bestand of de daarin opgenomen gegevens als zodanig. In hoofdstuk II ga ik in op de verwerkingsverantwoordelijkheid van de curator.
Een verwerkingsverantwoordelijke kan verwerkingen uitbesteden aan derden. Een partij die persoonsgegevens verwerkt ten behoeve van een verwerkingsverantwoordelijke, is een verwerker.8 De verwerking van persoonsgegevens door een verwerker moet worden geregeld “in een overeenkomst of andere rechtshandeling”.9
Een volgende belangrijke partij in de AVG is de toezichthoudende autoriteit. Dit is “een door een lidstaat ingevolge artikel 51 ingestelde onafhankelijke overheidsinstantie”.10 In Nederland is dit de Autoriteit Persoonsgegevens (AP).11 Zij handhaaft de naleving van de AVG en behandelt klachten van betrokkenen. Daarnaast werkt zij samen met andere toezichthoudende autoriteiten en heeft zij een adviserende taak.12 De AP kan verwerkingsverantwoordelijken onder meer waarschuwen, berispen of verbieden gegevens te verwerken.13 Daarbij kan de AP een last onder bestuursdwang, een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete opleggen.14
Ten slotte zijn er twee Europese adviesorganen die gezaghebbende opinies schrijven over de toepassing van de AVG. Dit zijn de Groep voor de bescherming van personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens, die ook wel de artikel 29-werkgroep wordt genoemd (Working Party 29 – WP29) en het Europees Comité voor gegevensbescherming (European Data Protection Board – EDPB).15 De artikel 29-werkgroep werd ingesteld in de voorloper van de AVG, de Dataprotectierichtlijn. Dit was de onafhankelijke Europese werkgroep die verantwoordelijk was voor de behandeling van kwesties in verband met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van persoonsgegevens. Met de inwerkingtreding van de AVG is de artikel 29-werkgroep opgevolgd door de EDPB. De EDPB is een onafhankelijk Europees orgaan dat bijdraagt aan de consequente toepassing van het gegevensbeschermingsrecht in de EU en de samenwerking tussen nationale gegevensbeschermingsautoriteiten. De EDPB bestaat uit de vertegenwoordigers van de nationale autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor Gegevensbescherming (European Data Protection Supervisor – EDPS). Deze adviezen en opinies heb ik veelvuldig gebruikt in mijn onderzoek.
Ook op het terrein van de faillissementspraktijk acteert een aantal voor mijn onderzoek relevante partijen. Dit is allereerst INSOLAD, de specialisatievereniging voor advocaten die werkzaam zijn in het insolventierecht. INSOLAD zorgt voor opleiding, professionalisering en belangenbehartiging van de beroepsgroep. INSOLAD heeft regels opgesteld die als richtlijn dienen bij de werkzaamheden van de curator: de INSOLAD Praktijkregels voor curatoren. Dit zijn best practice rules die invulling geven aan onderdelen van de faillissementsprocedure waar noch de wet noch jurisprudentie richting geven. Bovendien heeft INSOLAD een toetsingscommissie die gedragingen van INSOLAD-leden in hun hoedanigheid van bewindvoerder of curator toetst en in het bijzonder kijkt in hoeverre die gedragingen blijk geven van voldoende integriteit, objectiviteit, onafhankelijkheid, zorgvuldigheid, vakkundigheid, doelmatigheid en respect jegens betrokkenen.16 Op 13 augustus 2021 heeft de Toetsingscommissie zich uitgebreid uitgelaten over de toepassing van de AVG in faillissement en daarbij ook een aantal best practices voor curatoren geformuleerd.17
Ten slotte is ook Recofa, het landelijk overlegorgaan van rechters-commissarissen in faillissementen en surseances van betaling, relevant voor mijn onderzoek. Recofa valt onder de Raad voor de Rechtspraak. Recofa vaardigt richtlijnen voor faillissementen en surseances van betaling uit waarin bepalingen zijn opgenomen ter uniformering van het beleid. De richtlijnen zijn gericht aan rechtbanken maar bevatten ook algemene instructies voor curatoren en bewindvoerders. Deze Recofa-richtlijnen zijn geen wet in formele zin of in de zin van artikel 79 RO,18 maar zijn in de praktijk wel van belang voor curatoren. Het Recofa-model voor het openbaar faillissementsverslag van een rechtspersoon ex artikel 73a Fw wordt bijvoorbeeld in vrijwel alle in het CIR gepubliceerde faillissementsverslagen gevolgd. Daarmee zijn de modellen van Recofa een richtsnoer voor het handelen van de curator.