Accountantsaansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/2.4.4.5:2.4.4.5 Tuchtrechtelijke maatregelen
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/2.4.4.5
2.4.4.5 Tuchtrechtelijke maatregelen
Documentgegevens:
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS302922:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De tuchtrechtelijke maatregelen die de accountantskamer kan opleggen, zijn (artikel 2 lid 1 Wtra):
waarschuwing;
berisping;
geldboete;
tijdelijke doorhaling van de inschrijving van de accountant in het register voor ten hoogste één jaar;
doorhaling van de inschrijving van de accountant in het register.
Ad a: Een waarschuwing bestaat uit een schriftelijke waarschuwing van de betrokkene in verband met het begane feit (artikel 3 Wtra );
Ad b: De tuchtrechtelijke maatregel van berisping bestaat uit een schriftelijke vermaning tot de betrokkene in verband met het begane feit (artikel 4 Wtra);
Ad c: Het bedrag van de geldboete is ten minste EUR 3,– en ten hoogste EUR 8.300,-.1 De geldboete kan geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk worden opgelegd (artikel 5 lid 2 Wtra);
Ad d: Op de termijn van één jaar kan de termijn van de tijdelijke doorhaling als voorlopige voorziening (zie hierna) in mindering worden gebracht;2
Ad e: In het geval waarin de accountantskamer doorhaling van de inschrijving van betrokkene in het register gelast, bepaalt zij tevens de termijn waarbinnen betrokkene niet opnieuw in het register kan worden ingeschreven. Deze termijn bedraagt maximaal 10 jaren (artikel 8 Wtra).
De geldboeten en tijdelijke doorhaling zijn tuchtrechtelijke maatregelen die voor het eerst in de Wtra zijn geïntroduceerd. Onder de oude regeling in de Wet RA en Wet AA was het slechts mogelijk een schriftelijke waarschuwing, schriftelijke berisping, schorsing als registeraccountant voor ten hoogste zes maanden en doorhaling van de inschrijving in het accountantsregister op te leggen (vervallen: artikel 34 Wet RA en 52 Wet AA). Er is afgezien van een schadevergoedingsmaatregel omdat deze nog niet breed in het tuchtrecht voor andere beroepen wordt toegepast. Een geldboete van de tuchtrechter kan wel worden gevolgd door een strafrechtelijke boete dan wel een civielrechtelijk opgelegde schadevergoeding.3
Voorts is het mogelijk om hangende de procedure in eerste aanleg de inschrijving van de betrokken accountant tijdelijk door te halen (artikel 41 Wtra). Deze voorlopige voorziening is alleen mogelijk op verzoek van de AFM of de NBA, ingeval jegens de betrokkene een ernstig vermoeden is gerezen van handelen of nalaten als bedoeld in artikel 31 lid 1 van de Wta of artikel 42 lid 1 Wab en daardoor zwaarwegende openbare belangen in het geding zijn (artikel 41 lid 1 sub a en b Wtra). De betrokkenen dient over dit voornemen te worden gehoord (artikel 41 lid 4 Wtra). De accountantskamer kan tot en met het moment van de uitspraak de tijdelijke doorhaling opheffen. Tegen een tijdelijke doorhaling staat beroep open bij het CBb (art 41 lid 8 Wtra).
De accountantskamer informeert terstond na het doen van een uitspraak de AFM en de NBA omtrent de naam van de betrokkene en de opgelegde tuchtrechtelijke maatregel, alsmede -in geval van tijdelijke doorhaling- het tijdstip waarop de doorhaling ingaat en de termijn waarbinnen betrokkene niet opnieuw in het register kan worden ingeschreven (artikel 7 en 8 Wtra). De maatregelen dienen te worden aangetekend in het accountantsregister (artikel 36 lid 2 sub j Wab) en, indien van toepassing, het register van de AFM.4 Via het accountantsregister worden de tuchtmaatregelen openbaar gemaakt.