RFR 2017/127
Verdeling gemeenschap van goederen. Hoe moet worden omgegaan met de waardedaling van een gemeenschappelijk goed?
Rb. Den Haag 15-03-2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:3046
- Instantie
Rechtbank Den Haag
- Datum
15 maart 2017
- Magistraten
Mr. B. Meijer
- Zaaknummer
C/09/512415 / HA ZA 16-658
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS927202:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Goederenrecht / Gemeenschap
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBDHA:2017:3046, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 15‑03‑2017
- Wetingang
Art. 3:166 BW
Essentie
Samenlevingscontract. Verdeling gemeenschap van goederen. Eenvoudige gemeenschap.
Hoe moet worden omgegaan met de waardedaling van een gemeenschappelijk goed?
Samenvatting
De man en vrouw hebben een affectieve relatie gehad. In mei 2009 hebben zij een samenlevingsovereenkomst gesloten. In de samenlevingsovereenkomst is onder andere bepaald, dat een partij een vordering heeft op de andere partij, indien deze uit eigen middelen meer dan zijn aandeel van de koopsom plus kosten betaalt voor een door partijen gezamenlijk bewoonde woning. Daarnaast is in de samenlevingsovereenkomst bepaald dat partijen naar evenredigheid van hun inkomen moeten bijdragen in de kosten van de huishouding, met een vervalbeding ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.