Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.7.4
4.7.4 De taken en bevoegdheden van de schaderegelaar
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS400687:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Fuhrer, Besucherrichtlinie, p. 29.
Veelal zal de schaderegelaar willen bedingen dat hij eenvoudige schadegevallen, die zich bijvoorbeeld beperken tot schade aan zaken en die een bepaald bedrag niet te boven gaan, geheel zelfstandig kan afhandelen.
Zie art. 3 lid 5 van het Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelnemen aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en houdende wijziging van Richtlijnen 73/239/EEG en 92/49/EEG (Vierde Richtlijn Motorrijtuigverzekering), document COM/97/0510 definitief, Pb. 1997, nr. C 343/11.
Doorgaans stellen verzekeraars als schaderegelaar dezelfde partij aan die zij in het kader van het groenekaartstelsel als correspondent benoemen.
De schaderegelaar heeft, zoals in paragraaf 4.73 aangegeven, op grond van art. 21 lid 1, tweede alinea van de Richtlijn tot taak de vorderingen van benadeelden in de zin van art. 20 lid 1 te behandelen en af te wikkelen. Wat moet daaronder worden verstaan?
Het vijfde lid van art. 21 bepaalt dat de schaderegelaar over voldoende bevoegdheden beschikt om de verzekeraar te vertegenwoordigen en de verzoeken om schadevergoeding volledig af te handelen. Twee vragen rijzen daarbij. In de eerste plaats de vraag of de schaderegelaar beperkt mag worden in zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid, met name of de verzekeraar kan bedingen dat de schaderegelaar om toestemming vraagt alvorens aansprakelijkheid te erkennen of een regelingsaanbod toe doen. In de tweede plaats de vraag of onder het 'volledig afhandelen' van het verzoek om schadevergoeding ook moet worden begrepen het doen van uitkeringen aan de benadeelde.
Ten aanzien van de bevoegdheid van de verzekeraar om de volmacht van de schaderegelaar te beperken werd hiervoor, paragraaf 4.7.3, reeds gesteld dat daartegen minder bezwaar bestaat dan in het geval van de benoemde correspondent in het kader van het groenekaartstelsel. Toch is gerede twijfel mogelijk De woorden "voldoende bevoegdheden om de verzekeraar te vertegenwoordigen en verzoeken (om schadevergoeding) geheel af te handelen" lijken een beperking van de volmacht van de schaderegelaar uit te sluiten. Een dergelijke inperking van de schaderegelingsvolmacht van de schaderegelaar lijkt daarom zo niet in strijd met de tekst, dan toch met de geest van de Richtlijn.
Fuhrer lijkt een iets andere opvatting te koesteren. Hij meent immers dat:
"der Schadenregulierungsbeauftragte (…) im Aussenverhältnis über eine umfassende Regulierungsvollmacht (verfügt), die der Versicherer im Innenverhältnis faktisch beliebig beschränkendarf."1
Niet goed is echter in te zien hoe deze kennelijk onbegrensde mogelijkheid om de vertegenwoordigingsbevoegdheid intern te beperken zonder gevolgen kan blijven voor de opstelling van de schaderegelaar ten opzichte van zijn slachtoffer. Hij zal dan toch het risico lopen zelf de schade te moeten betalen als hij zijn interne instructies negeert.
De regeling van de Richtlijn getuigt echter niet van realiteitszin. Doorgaans zal op het schadegeval het (aansprakelijkheids- en schadevergoedings)recht van het land van het ongeval van toepassing zijn en in de overgrote meerderheid van de gevallen zal dit het recht zijn van het land van waaruit de verzekeraar de polis heeft afgesloten. Deze heeft van dat rechtstelsel veel meer kennis dan de schaderegelaar, die bovendien vaak voor verzekeraars uit meerdere lidstaten zal werken en zelden over de noodzakelijke diepgaande kennis van alle denkbaar toepasselijke rechtstelsels zal kunnen beschikken. Ik acht een dergelijke bevoegdheid van de verzekeraar om de schaderegelaar te instrueren dan ook niet zonder meer onwenselijk. Wel zal de verzekeraar zich enigszins terughoudend moeten opstellen om de bepaling in de Richtlijn dat de schaderegelaar over voldoende bevoegdheden beschikt, niet tot een dode letter te degraderen.2
De tweede hiervoor opgeworpen vraag of onder volledig afhandelen van het schadegeval ook moet worden verstaan het doen van schade-uitkeringen aan de benadeelde, lijkt eenvoudig te beantwoorden. Hoewel de Richtlijn zelf, met name art. 21, daarover niet volkomen duidelijk is, neemt de Preambule daarover elke twijfel weg. Overweging 37 maakt duidelijk dat onder het 'namens en voor rekening van de verzekeringsonderneming afwikkelen' van schadegevallen ook moet worden verstaan het doen van de uitkering. In dit licht is hooguit te betreuren dat een expliciete bepaling daaromtrent in de Richtlijn, zoals die in het oorspronkelijke commissievoorstel nog voorkwam, ontbreekt.3 Een interessante vraag is echter of de benadeelde ook betaling door de schaderegelaar kan afdwingen. Ik zou menen van niet. De bevoegdheid tot betalen houdt immers nog geen verplichting daartoe in. Nu de benadeelde de schaderegelaar bovendien niet in rechte kan betrekken (hij is immers slechts de vertegenwoordiger van de echte wederpartij van de benadeelde, de verzekeraar; de Richtlijn maakt dat in overwegingen 38 en 39 nog eens duidelijk), heeft hij bij deze ruime bevoegdheid van de schaderegelaar niet bijzonder veel baat. Hij zal toch tegen de verzekeraar moeten procederen tot nakoming van de overeengekomen (of in rechte vastgestelde) schadevergoeding.
Ook hier kan derhalve de vraag naar de realiteitszin van de Richtlijn worden gesteld. Schaderegelaars zijn doorgaans al dan niet internationaal opererende schaderegelingsbureaus.4 Bij kleinere schadegevallen zal de schaderegelaar vaak wel in de financiële positie verkeren om de uitkering voor te schieten, maar met name bij grote letselschadegevallen zal het voorschieten van de uitkering tot liquiditeitsproblemen bij de schaderegelaar kunnen leiden. Ook hier kan worden opgemerkt dat er in dergelijke gevallen weinig bezwaar tegen behoeft te bestaan dat de schaderegelaar eerst de verzekeraar verzoekt om hem de overeengekomen schadevergoeding te betalen (om deze daarna zelf aan de benadeelde te betalen), dan wel dat de verzekeraar de benadeelde rechtstreeks schadeloos stelt. Voorwaarde zou wel moeten zijn dat dit niet tot onaanvaardbare vertraging van de uitkering leidt.