V-N 2021/10.4
Rechtbank rekent lijfrente-uitkering tegen nihilwaarde tot inkomen
Rb. Zeeland-West-Brabant 17-12-2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:6531, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum
17 december 2020
- Magistraten
Van Schaik, Pauwels, Van Vijfeijken
- Zaaknummer
AWB - 18 _ 4587
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS255585:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Periodieke uitkeringen en verstrekkingen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBZWB:2020:6531, Uitspraak, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17‑12‑2020
- Wetingang
art. 3.100 en 3.144 Wet IB 2001
Essentie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur de lijfrente-uitkeringen terecht tot eisers inkomen rekent, maar dat daaraan een waarde van nihil moet worden toegekend.
Samenvatting
X is aandeelhouder van Holding bv die 50% van de aandelen houdt in Beheer bv die op haar beurt alle aandelen houdt in B bv en C bv. X bedingt in 2000 een stakingslijfrente bij B bv. In geschil is onder meer of de inspecteur bij de (navorderings)aanslagen IB/PVV 2014-2016 en de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw 2016 terecht een lijfrente-uitkering van € 20.425 tot de heffingsgrondslag heeft gerekend.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.