Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht
Einde inhoudsopgave
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/4.2.2.3:4.2.2.3 Functionele en geografische mobiliteit en ‘verkleving’
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/4.2.2.3
4.2.2.3 Functionele en geografische mobiliteit en ‘verkleving’
Documentgegevens:
mr. I.J. Krukkert, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. I.J. Krukkert
- JCDI
JCDI:ADS465700:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Fiscaal strafrecht
Fiscaal bestuursrecht / Boete
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook artikel 5a ARAR (zie onderdeel 4.2.2.1).
Zie bijvoorbeeld ABRvS 14 juli 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AQ1360 (VN 2004/39.8), waarin een belastingadviseur op grond van de Wob verzoekt aan te geven hoe lang de betreffende belastinginspecteur bij hetzelfde team ‘Bouw’ werkzaam is.
Zie bijvoorbeeld het rapport van de Commissie Horizontaal Toezicht Belastingdienst, ‘Fiscaal toezicht op maat. Soepel waar het kan, streng waar het moet’, Den Haag, juni 2012, p. 48.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een onafhankelijke positie houdt ook in dat een rechter of inspecteur niet zonder meer door het leidinggevend kader een andere functie kan worden opgedragen (functionele mobiliteit) of verordonneerd kan worden dat het werk verricht zal moeten gaan worden in een andere regio of arrondissement (geografische mobiliteit). Van Belastingdienstmedewerkers wordt echter verwacht dat ze functioneel mobiel zijn, zowel binnen de dienst als daarbuiten.1 Door de dienstleiding wordt daar ook op gestuurd. Op grond van artikel 59 ARAR kan een inspecteur worden verplicht om tijdelijk andere werkzaamheden te verrichten en er kan een verhuisverplichting worden opgelegd (artikel 55 ARAR). Deze maatregelen kunnen op gespannen voet staan met het onafhankelijkheidsbeginsel, maar het kan ook juist een extra waarborg vormen voor de mate van onafhankelijkheid van de inspecteur.2 Door de regelmatig terugkerende contacten tussen dezelfde belastingplichtige en de dezelfde inspecteur in persoon, bijvoorbeeld in verband met relatiebeheer of in het kader van individueel toezicht, kan de objectieve oordeelsvorming van de inspecteur onder druk komen te staan (ook wel ‘verkleving’ genoemd).3 Door met enige regelmaat van functie te veranderen wordt voorkomen dat de band tussen de lokale inspecteur en de belastingplichtige te innig wordt. Functieroulatie is dus mede een waarborg voor de onafhankelijkheid van de inspecteur. Het risico van verkleving doet zich bij de strafrechter in veel mindere mate voor vanwege het incidentele karakter van de strafrechtelijke procedure. Structurele functieroulatie en verplaatsing ter voorkoming van een te nauwe band met verdachten komen in het strafrecht dan ook niet voor.