Einde inhoudsopgave
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/5.2.4
5.2.4 De Wet op de Omzetbelasting 1968 (regeling vanaf 2010)
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx, datum 10-05-2011
- Datum
10-05-2011
- Auteur
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx
- JCDI
JCDI:ADS395264:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Omzetbelasting / Plaats van levering en dienst
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Kamer II, vergaderjaar 2008-2009, 31 907, nr. 4 (Advies Raad van Staten en Nader rapport), blz. 2.
Kamer II, vergaderjaar 2008-2009, 31 907, nr. 7 (nota n.a.v. het verslag), blz. 8.
Kamer II, vergaderjaar 2008-2009, 31 907, nr. 7 (nota n.a.v. het verslag), blz. 8.
Kamer II, vergaderjaar 2008-2009, 31 907, nr. 7 (nota n.a.v. het verslag), blz. 8.
Kamer II, vergaderjaar 2008-2009, 31 907, nr. 7 (nota n.a.v. het verslag), blz. 8.
Kamer II, vergaderjaar 2008-2009, 31 907, nr. 7 (nota n.a.v. het verslag), blz. 10.
Kamer II, vergaderjaar 2008-2009, 31 907, nr. 7 (nota n.a.v. het verslag), blz. 14.
Vanaf 1 januari 2010 zijn in de Nederlandse Wet OB 1968 ook de vier vestigingsplaatsvormen in de regels voor de plaats van dienst opgenomen. De wetgever heeft bewust de tekst van de wet zo veel mogelijk in overeenstemming met de tekst van de btw-richtlijn willen redigeren.1 Met de invoering van het begrip zetel van bedrijfsuitoefening is volgens de wetgever inhoudelijk geen wijziging beoogd.2 Dit bevestigt het door mij in paragraaf 5.2.3 uitgesproken vermoeden dat de wetgever van mening was dat hij met de gehanteerde bewoordingen ‘woont of is gevestigd’ en ‘vaste inrichting’ de vier vestigingsplaatsvormen uit de btw-richtlijn had geïmplementeerd. Aan het begrip vaste inrichting moet volgens de wetgever dezelfde betekenis worden toegekend in de situatie waarin een vaste inrichting een dienst verricht als in de situatie waarin de vaste inrichting een dienst ontvangt.3
Wanneer moet worden bepaald of een dienst aan of door de vaste inrichting dan wel aan of door de zetel van bedrijfsuitoefening is verricht, moet volgens de wetgever worden gekeken naar de feitelijke situatie.4 In de situatie dat een softwareleverancier een contract (license-agreement) afsluit met een vaste inrichting van een multinationale onderneming die vanuit deze vaste inrichting de afgenomen dienst verder distribueert naar andere vaste inrichtingen van deze multinationale onderneming moet er van worden uitgegaan dat de dienst wordt verricht aan de vaste inrichting die het contract afsluit.5 Een ander voorbeeld dat de wetgever geeft, is de Duitse vestiging van een adviesbureau in de vorm van een internationale maatschap met vestigingen in verschillende landen die een opdracht krijgt van een Nederlandse ondernemer. De dienst wordt dan verricht door de Duitse vestiging ook als hij een aantal mensen van de Nederlandse vaste inrichting inschakelt bij de uitvoering van het contract. Wel heeft de betrokkenheid tot gevolg dat de heffing van de btw in Nederland niet meer kan worden verlegd naar de afnemer.6 Van betrokkenheid is volgens de Nederlandse wetgever sprake indien personele of technische ondersteuning wordt geboden door de vaste inrichting. In geval de vaste inrichting alleen de factuur uitreikt is geen sprake van betrokkenheid in de zin van art. 12, vierde lid, Wet OB 1968 (tekst vanaf 2010) en kan de verleggingsregeling worden toegepast wanneer een buitenlandse vestiging een dienst verricht aan een in Nederland gevestigde afnemer/belastingplichtige.7