TPWS 2019/13
Telefonische belediging politieagent, art. 267.2 jo. 266.1 Sr. Gebruik voor bewijs van p-v van bevindingen van beledigde verbalisant in strijd met ondervragingsrecht ex art. 6.3.d EVRM, nu verdediging niet in de gelegenheid is geweest verbalisant te ondervragen, terwijl bewezenverklaring uitsluitend is gebaseerd op door verbalisant opgemaakt p-v?
HR 16-10-2018, ECLI:NL:HR:2018:1953
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
16 oktober 2018
- Zaaknummer
17/01671
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Materieel strafrecht (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:1953, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 16‑10‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:793, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 28‑08‑2018
Essentie
Telefonische belediging politieagent, art. 267.2 jo. 266.1 Sr. Gebruik voor bewijs van p-v van bevindingen van beledigde verbalisant in strijd met ondervragingsrecht ex art. 6.3.d EVRM, nu verdediging niet in de gelegenheid is geweest verbalisant te ondervragen, terwijl bewezenverklaring uitsluitend is gebaseerd op door verbalisant opgemaakt p-v?
Uitspraak
Aantekening redactie
In deze zaak was de vraag aan de orde of het ondervragingsrecht is geschonden. De rechtspraak van de Hoge Raad over het ondervragingsrecht is vanzelfsprekend sterk geënt op die van het EHRM.1 In de kern genomen komt het op het volgende ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.