Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/4.6.2
4.6.2 Wetssystematische tekorten
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS360992:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Voor de ontstaansgeschiedenis van deze wet verwijs ik naar Hordijk, Een nieuwe wet voor het milieubeheer 1993, p. 66-74.
Art. 9.10 onder K Invoeringswet Wabo, Stb. 2010, 142.
Art. 8.1 lid 1 Wm, zoals dat luidde tot 1 oktober 2010.
Gpbv staat voor geïntegreerde preventie en verontreiniging. Een gpbv-installatie is een installatie als bedoeld in bijlage 1 van de EG-richtlijn geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (richtlijn 2008/1/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 januari 2008 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (PbEU 2008 L 24/8)) (art. 1.1 lid 1 Wm). Zie par. 3.2.6.5.
Art. 8.1 lid 1 en 2 Wm, zoals dat luidde tot 1 oktober 2010. Het Inrichtingen- en vergunningenbesluit is per 1 oktober 2010 ingetrokken (art. 1.43 Invoeringsbesluit Wabo, Stb. 2010, 144).
Art. 8.5 Wm, zoals dat luidde tot 1 oktober 2010.
Art. 8.8-8.10 Wm, zoals die luidden tot 1 oktober 2010.
Art. 2.1 lid 1 aanhef en onder e Wabo.
Zie in dit verband ook par. 4.4.3.2.
Art. 16.2 en 16.3 Wm.
De Wet milieubeheer regelt een aantal algemene onderwerpen op het gebied van de milieuhygiëne, aldus de intitulé van deze wet.1 Met de inwerkingtreding van de Wabo per 1 oktober 2010 is paragraaf 8.1 Wm Inrichtingen vervallen.2
Kern van deze paragraaf was het verbod om zonder milieuvergunning een inrichting op te richten, te veranderen of de werking daarvan te veranderen, of in werking te hebben.3 Het verbod gold voor een inrichting waartoe een gpbv-installatie4 behoort of een in het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer aangewezen inrichting.5Paragraaf 8.1 Wm bevatte onder meer bepalingen inzake het bevoegd gezag ten aanzien van de inrichting,6 de vergunningaanvraag7 en de toetsingscriteria op basis waarvan het bevoegd gezag een aanvraag om milieuvergunning moest beoordelen.8 Per 1 oktober 2010 is voor het oprichten, het veranderen of veranderen van de werking of het in werking hebben van een inrichting niet langer een milieuvergunning vereist, maar een omgevingsvergunning.9 De tot die datum in paragraaf 8.1 Wm opgenomen bepalingen zijn nagenoeg gelijk overgenomen in Wabo, Bor en Mor. Paragraaf 8.1 Wm is dan ook terecht vervallen.
Als gevolg van de bundeling die tot het wetssysteem van de Wabo heeft geleid, is echter wel een wetssystematisch tekort ontstaan in de Wet milieubeheer. In deze laatste wet ontbreken per 1 oktober 2010 immers bepalingen inzake de vergunning voor inrichtingen. Daarbij zij vermeld, dat niet alle regels die betrekking hebben op inrichtingen in de Wabo zijn ondergebracht.10 Zo bevat de Wet milieubeheer onder meer in:
paragraaf 8.1Algemene regels de hoofdregel dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld, die nodig zijn ter bescherming van het milieu tegen de nadelige gevolgen die inrichtingen daarvoor kunnen veroorzaken;11
titel 12.2Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen de bepaling dat degene die een inrichting drijft waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn bepaalde gegevens moet verstrekken aan het bevoegd gezag;
hoofdstuk 14Coördinatie onder meer regels over de gecoördineerde behandeling van aanvragen ten behoeve van eenzelfde inrichting;
hoofdstuk 16Handel in broeikasgasemissierechten onder meer een verbod om zonder vergunning van het bestuur van de emissieautoriteit een inrichting in werking te hebben waarin zich een of meer broeikasgasinstallaties bevinden.12
Aldus is als gevolg van de bundeling die heeft geleid tot het wetssysteem van de Wabo een wetssystematisch tekort ontstaan in het wetssysteem van de Wet milieubeheer, aangezien in die wet niet langer alle bepalingen inzake inrichtingen voorkomen.