NJFS 2025/199
Het EOM kon in redelijkheid komen tot de raming dat de totale schade van de grensoverschrijdende BTW-fraude boven de 10 miljoen uitkwam en was daardoor bevoegd.
Rb. Rotterdam 28-05-2025, ECLI:NL:RBROT:2025:6285
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
28 mei 2025
- Magistraten
Mrs. D.C.J. Peeck, G.P. van de Beek, L. Daum
- Zaaknummer
85/026565-24
- Vakgebied(en)
Fiscaal strafrecht (V)
Internationaal strafrecht / Europees strafrecht en strafprocesrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBROT:2025:6285, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 28‑05‑2025
- Wetingang
Essentie
Europees Openbaar Ministerie. Het Europees Openbaar Ministerie kon in redelijkheid komen tot de raming dat de totale schade van de grensoverschrijdende BTW-fraude boven de 10 miljoen uitkwam en was daardoor bevoegd.
Redactie:Deze zaak is van belang voor de bevoegdheid van het Europees Openbaar Ministerie.
Samenvatting
Op grond van art. 22 lid 1 Verordening (EU) 2017/1939 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (EOM) kan het EOM onder meer zijn bevoegdheid uitoefenen als het, kort gezegd, gaat om grensoverschrijdende BTW-fraudezaken met een totale schade van meer dan 10 miljoen euro. Daarnaast is het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.