Borgtocht (O&R)
Einde inhoudsopgave
Borgtocht (O&R nr. 84) 2014/8.5.3:8.5.3 Inperking van verhaal uit hoofde van omslag
Borgtocht (O&R nr. 84) 2014/8.5.3
8.5.3 Inperking van verhaal uit hoofde van omslag
Documentgegevens:
Mr. Dr. G.J.L. Bergervoet, datum 01-09-2014
- Datum
01-09-2014
- Auteur
Mr. Dr. G.J.L. Bergervoet
- JCDI
JCDI:ADS360759:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Bijzondere onderwerpen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 6 april 2012, RvdW 2012/534 (ASR/Achmea), r.o. 3.6, zie ook § 8.3.3.
Van belang om op te merken in dit kader is dat reeds bij de betaling van de borg aan de schuldeiser genoegzaam vast kan staan dat hij met een onverhaalbaar gedeelte van de schuld overblijft. Het ontstaansmoment van de regresvordering uit art. 7:866 jo. 6:10 BW en die van de zelfstandige regresvordering uit hoofde van omslag vallen dan samen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
293. Het verhaal dat de borg uit hoofde van omslag heeft, kan voor een schuldeiser een doorn in het oog zijn bij het uitwinnen van zijn goederenrechtelijke en persoonlijke zekerheidsrechten. De borg verkrijgt namelijk in het kader van de omslag een zelfstandig regresrecht,1 waarbij geldt dat in zekere zin dezelfde problemen zich kunnen voordoen voor de schuldeiser als dat het geval is bij de regresvordering uit de art. 7:866 jo. 6:10 BW. Voor een uitgebreide bespreking van de vraagstukken die spelen bij het inperken van dit zelfstandig regresrecht, zoals achterstelling, uitsluiting van verrekening en verpanding, zij dan ook verwezen naar § 8.3.6.
294. Op deze plaats wordt volstaan met een opmerking inzake het ontstaansmoment van de zelfstandige regresvordering uit hoofde van omslag. Zoals ook uit § 8.3.6 blijkt, is het ontstaansmoment van de regresvordering van belang voor het kunnen beschikken over de vordering door de borg, bijvoorbeeld door een pandrecht op de vordering te vestigen ten behoeve van de schuldeiser. Op welk moment ontstaat de zelfstandige regresvordering uit hoofde van omslag in het vermogen van de borg? Voor het kunnen ontstaan van de regresvordering uit hoofde van omslag zal in de eerste plaats zijn vereist dat de borg aan de schuldeiser heeft betaald, meer specifiek meer heeft betaald aan de schuldeiser dan hem intern aangaat. Uit het arrest ASR/Achmea blijkt immers dat de regresvordering uit art. 6:10 BW (en art. 7:866 BW) pas ontstaat zodra de hoofdelijk verbonden schuldenaar meer betaalt dan hem intern aangaat. 2 Ook de verhaalsvordering die de borg krachtens subrogatie verkrijgt, gaat eerst pas na zijn betaling op hem over. Als gevolg daarvan kan eerst pas na dit moment sprake zijn van een onverhaalbaar gedeelte van de verhaalsvorderingen. Nadat de regresvordering van de borg uit art. 7:866 jo. art. 6:10 BW is ontstaan, en de vordering uit subrogatie op hem is overgegaan, zal voor het ontstaansmoment van de zelfstandige regresvordering uit hoofde van omslag verder van belang zijn dat vast komt te staan dat de borg zijn verhaalsrechten niet binnen een redelijke tijd kan effectueren.3 Zodra dit vaststaat, zal de zelfstandige regresvordering uit hoofde van omslag ontstaan in het vermogen van de borg.