Geschillencie. Fusiegedragsregels, 22-10-2009, nr. SER22102009
ECLI:NL:XX:2009:BK9300
- Instantie
Geschillencommissie Fusiegedragsregels
- Datum
22-10-2009
- Magistraten
Mrs. R.J. Paris, A.M.A. Verscheure, W.N. Everts, A. Rigutto, K. Boonstra
- Zaaknummer
SER22102009
- LJN
BK9300
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:XX:2009:BK9300, Uitspraak, Geschillencommissie Fusiegedragsregels, 22‑10‑2009
Uitspraak 22‑10‑2009
Mrs. R.J. Paris, A.M.A. Verscheure, W.N. Everts, A. Rigutto, K. Boonstra
Partij(en)
Beslissing van de Geschillencommissie Fusiegedragsregels
inzake:
- 1.
de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid ABVAKABO FNV, statutair gevestigd te Zoetermeer;
- 2.
de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid CNV PUBLIEKE ZAAK, statutair gevestigd te Den Haag en medekantoorhoudende te Eindhoven;
- 3.
de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid FEDERATIE VAN BEROEPSORGANISATIES IN DE ZORG EN DAARAAN GERELATEERD ONDERWIJS EN ONDERZOEK (FBZ),
statutair gevestigd te Utrecht;
- 4.
de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid SAMENWERKENDE BEROEPSVERENIGINGEN IN DE ZORG (SBZorg; voorheen statutair bekend als de Unie Zorg en Welzijn), statutair gevestigd te Den Haag en medekantoorhoudende te Utrecht;
- 5.
de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid NU'91, gevestigd te Utrecht;
hierna gezamenlijk ook: ‘de vakbonden’,
verzoeksters,
gemachtigde verzoekster sub 1 : mr. A. Şimşek te Zoetermeer,
gemachtigde verzoeksters sub 2 t/m 5: J.J.E.B. Riepe te Eindhoven,
tegen
- 1.
de stichting STICHTING TANTELOUISE-VIVENSIS;
- 2.
de stichting STICHTING TANTELOUISE-VIVENSIS ZORG;
- 3.
de stichting STICHTING TANTELOUISE WMO DIENSTEN;
- 4.
de stichting STICHTING VEDI ZORG;
- 5.
de stichting STICHTING VIVENSIS WONEN;
alle statutair gevestigd te Bergen op Zoom,
hierna gezamenlijk: ‘tanteLouise-Vivensis’,
- 6.
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
THUISZORGSERVICE WEST BRABANT B.V., statutair gevestigd te Almelo;
verweersters,
gemachtigde verweersters sub 1 t/m 5: mr. W.K. Bischot te Amsterdam,
gemachtigde verweerster sub 6: mr. J.D. Veltman te Enschede.
1. Procedure
1.1.
Het verzoekschrift als bedoeld in artikel 19 van de SER-Fusiegedragsregels 2000 (hierna ook: F2000) werd ingediend op 20 april 2009. De klacht ziet op de overtreding door verweersters van artikel 4 lid 1 tot en met lid 4, lid 6 en lid 7 F2000. Bij brief van 23 april 2009 zijn verzoeksters in de gelegenheid gesteld tot en met 8 mei 2009 nog ontbrekende gegevens in de zin van artikel 20F2000 aan te vullen. Op 6 mei 2009 hebben verzoeksters de ontbrekende gegevens aangevuld. Vervolgens zijn verweersters in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. Verweersters hebben (tijdig) op 19 juni 2009 een verweerschrift ingediend.
1.2.
Bij brief van 26 augustus 2009 heeft ABVAKABO FNV de klacht aangevuld. Verweersters zouden ook artikel 3F2000 hebben overtreden.
1.3.
Bij brief van 27 augustus 2009 heeft het secretariaat van de Geschillencommissie Fusiegedragsregels (hierna ook: GF) alle betrokken partijen geïnformeerd ten aanzien van een aantal formele wijzigingen die zich hebben voorgedaan bij verzoeksters. Het betreft de naamswijziging van verzoekster sub 4, De Unie Zorg en Welzijn in SBZorg en de wijzigingen in de machtigingen aan de zijde van alle vakbonden.
1.4.
De hoorzitting vond plaats op vrijdag 4 september 2009. De vakbonden,
tanteLouise-Vivensis en Thuiszorgservice West Brabant (hierna: TSWB) gaven aan de oproep te verschijnen gehoor. Door zowel ABVAKABO FNV (verzoekster sub 1) als tanteLouise-Vivensis (verweersters sub 1 t/m 5) als TSWB (verweerster sub 6) zijn bij die gelegenheid pleitnotities overgelegd.
2. Toepasbaarheid en toepasselijkheid van de SER-Fusiegedragsregels 2000
Op grond van de ter beschikking gekomen gegevens concludeert de GF als volgt:
- a.
de onderhavige transactie omvat — met de in het navolgende besproken overdracht van de HV-activiteiten — een fusie in de zin van artikel 1 lid 1 onder d. F2000. De door de vakbonden in het verzoekschrift genoemde klacht ten aanzien van de undermanagement-constructie is na het verweer dat die constructie geen personele gevolgen heeft, kennelijk door de vakbonden niet gehandhaafd, nu de vakbonden daarop niet meer zijn teruggekomen;
- b.
de betrokken ondernemingen vallen weliswaar onder de definitie van artikel 1 lid 1 onder a. F2000, maar vallen ook in een niet tot het bedrijfsleven behorende categorie van ondernemingen. Zij behoren tot de non profitsector, waarop de SER-Fusiegedragsregels 2000 in beginsel niet van toepassing zijn. Nu de betrokken cao, de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor de Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg 2008–2010 (hierna: CAO VVT), in artikel 12.1 lid 1 de SER Fusiegedragsregels 2000 van toepassing verklaart, valt de in deze procedure aan de orde zijnde transactie evenwel binnen de werkingssfeer van de gedragsregels op grond van het bepaalde in artikel 2 lid 2F2000.
- c.
In een dergelijk geval worden krachtens artikel 1 lid 2F2000 — in afwijking van de omschrijving van ‘verenigingen van werknemers’ in artikel 1 lid 1 onder e. F2000 — als ‘verenigingen van werknemers’ aangemerkt: verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid die krachtens hun statuten tot doel hebben de belangen van hun leden als werknemers te behartigen en welke partij zijn bij die collectieve arbeidsovereenkomst.
3. Feiten
3.1.
TanteLouise-Vivensis heeft ten aanzien van de HV-activiteiten (huishoudelijke verzorging) over het jaar 2008 verlies geleden. Om de continuïteit van HV-activiteiten en daarmee werkgelegenheid te waarborgen besluit tanteLouise-Vivensis haar HV-activiteiten over te dragen aan een andere partij.
3.2.
Omstreeks oktober/november 2008 vinden eerste oriënterende gesprekken plaats tussen tanteLouise-Vivensis en TSWB. De ondernemingsraad (hierna: OR) van tanteLouise-Vivensis wordt daarover medio november 2008 ingelicht. In dat kader wordt de OR een geheimhoudingsplicht opgelegd op grond van artikel 20 Wet op de ondernemingsraden (WOR).
3.3.
Op 20 februari 2009 ondertekenen tanteLouise-Vivensis en TSWB een intentieverklaring inhoudende dat zij onder bepaalde voorwaarden wensen te komen tot een overdracht van de HV-activiteiten door tanteLouise-Vivensis aan TSWB. Daarbij is uitgegaan van een zeer kort tijdpad voor het effectueren van de transactie. De overdrachtsdatum wordt gesteld op 23 maart 2009.
3.4.
Op respectievelijk 26 en 27 februari 2009 vraagt tanteLouise-Vivensis de OR en de Centrale Cliëntenraad van tanteLouise-Vivensis om advies over de voorgenomen transactie. Met beide vindt op 2 maart 2009 een overlegvergadering plaats waarna de Centrale Cliëntenraad op 3 maart 2009 en de OR op 4 maart 2009 schriftelijk positief advies uitbrengen.
3.5.
Bij brieven van 5 maart 2009 worden de verschillende geledingen van het personeel van tanteLouise-Vivensis uitgenodigd voor informatiebijeenkomsten op respectievelijk 9, 10 en 11 maart 2009. Het personeel zal volgens de brieven bij die gelegenheid geïnformeerd worden over besluiten die tanteLouise-Vivensis heeft genomen met betrekking tot de voortgang van WMO- en schoonmaakactiviteiten (waarbij WMO staat voor Wet maatschappelijke ondersteuning) in haar organisatie. De inhoud van de besluiten wordt in de brieven niet nader omschreven.
3.6.
Bij brief van 6 maart 2009 worden de vakbonden, met een kopie van de brieven van 5 maart 2009, op de hoogte gesteld van de informatiebijeenkomsten. In de brief van 6 maart staat dat de vakbonden separaat nog nader geïnformeerd zullen worden over de inhoud van de bijeenkomsten en over de besluiten die daaraan ten grondslag liggen. De inhoud van de besluiten wordt in de brief van 6 maart 2009 niet nader omschreven.
3.7.
Op 9 maart 2009 wordt door tanteLouise-Vivensis een bespreking gevoerd met de gemeente Bergen op Zoom over de overname van de HV-activiteiten door TSWB.
3.8.
Op 9, 10 en 11 maart 2009 vinden de personeelsbijeenkomsten bij tanteLouise-Vivensis plaats. Het personeel wordt geïnformeerd over de maatregelen die zullen worden genomen in het kader van de overdracht van de HV-activiteiten door TSWB. Bij brief van 10 maart 2009 wordt het personeel van tanteLouise-Vivensis verder geïnformeerd over de voorgenomen transactie met TSWB.
3.9.
Op 17 maart 2009 gaat de gemeente Bergen op Zoom akkoord met de overdracht van de HV-activiteiten van tanteLouise-Vivensis naar TSWB, een instemming die op 18 maart omstreeks 9.15 uur in BN de Stem gemeld wordt. Op diezelfde dag worden de vakbonden per brief door tanteLouise-Vivensis geïnformeerd over deze voorgenomen transactie. In deze brief vermeldt tanteLouise-Vivensis dat haar OR reeds positief heeft geadviseerd. De door de vakbonden in het geding gebrachte brief draagt het stempel ‘ontvangen 20.03.09’. Eveneens op 20 maart 2009 ontvangen de vakbonden een faxbericht van tanteLouise-Vivensis, waarbij de brief van 17 maart 2009 wordt ingetrokken wegens een fout. Een juiste versie van de brief van 17 maart 2009 is bij het faxbericht van 20 maart 2009 gevoegd, met het verzoek de eerdere versie te vernietigen.
3.10.
Op donderdag 19 maart 2009 ondertekenen tanteLouise-Vivensis en TSWB de overeenkomst met betrekking tot de overdracht van de HV-activiteiten van tanteLouise-Vivensis aan TSWB.
3.11.
Op vrijdag 20 maart 2009 ontvangen zowel de vakbonden als het secretariaat van de Sociaal-Economische Raad per faxbericht van de gemachtigde van TSWB, namens beide fusiepartijen, de kennisgeving als bedoeld in artikel 4 lid 1 en artikel 8F2000. In deze faxbrief melden de fusiepartijen dat zij het voornemen hebben de transactie op maandag 23 maart 2009 te effectueren.
4. Verzoek
4.1.
De vakbonden hebben de GF verzocht om op grond van artikel 32 lid 1F2000 vast te stellen dat verweersters de Fusiegedragsregels 2000 bij de totstandkoming van de transactie tussen tanteLouise-Vivensis en TSWB niet naar behoren hebben nageleefd.
4.2.
Volgens de vakbonden hebben verweersters artikel 4 leden 1, 2, 3, 4 onder a. t/m d., 6 en 7 F2000 niet correct nageleefd door de late, summiere en onduidelijke berichtgeving door tanteLouise-Vivensis aan de vakbonden. Zij zijn niet in de gelegenheid gesteld een oordeel te geven over de in voorbereiding zijnde overdracht van de HV-activiteiten aan TSWB, noch is er gelegenheid gegeven afspraken te maken over de mogelijke gevolgen daarvan voor de betrokken werknemers.
4.3.
Volgens ABVAKABO FNV hebben verweersters bovendien artikel 3 F 2000 geschonden omdat tanteLouise-Vivensis nog voordat zij ABVAKABO FNV naar behoren had ingelicht over de overdracht van de HV-activiteiten aan TSWB, de transactie aan haar personeel openbaar heeft gemaakt bij gelegenheid van personeelsbijeenkomsten op 9, 10 en 11 maart 2009.
4.4.
De vakbonden hebben de GF voorts verzocht te beslissen dat de hierboven genoemde niet-naleving een ernstig karakter draagt en in ernstige mate verwijtbaar is in de zin van artikel 32 lid 3F2000.
5. Standpunt verweersters
5.1.
TanteLouise-Vivensis heeft — samengevat — het navolgende aangevoerd.
5.2.
De vakbonden dienen niet-ontvankelijk te worden verklaard in hun verzoek, omdat een aan de eisen van de SER Fusiegedragsregels voldoenend verzoekschrift pas is ingediend op 6 mei 2009 en de vakbonden geen omstandigheden van dringende aard hebben aangevoerd die een redelijke verklaring vormen voor de termijnoverschrijding. Verweersters stellen dat de termijn van artikel 19F2000 op 18 maart 2009 (daags na het verzenden van de brief van 17 maart 2009) een aanvang heeft genomen.
5.3.
CNV Publieke Zaak (verzoekster sub 2) dient niet-ontvankelijk verklaard te worden, omdat zij niet langer partij is bij de CAO VVT.
5.4.
Van overtreding van artikel 3F2000 is geen sprake. TanteLouise-Vivensis heeft geen openbare mededelingen gedaan vóór zij de vakbonden van de voorbereidingen, inhoud en totstandkoming van de voorgenomen transactie in kennis stelde. Er zijn gesprekken gevoerd met werknemers die betrokken waren bij de HV-activiteiten, maar dat feit impliceert geen openbare mededeling.
5.5.
Van overtreding van artikel 4 leden 1, 2, 3, 4 onder a. t/m d., 6 en 7 F2000 is evenmin sprake. De vakbonden zijn bij brief van 17 maart 2009 uitgebreid en tijdig geïnformeerd en hun is de gelegenheid geboden een oordeel te geven over de voorgenomen overdracht. Deze brief is op 20 maart 2009 vervangen door een brief die nauwelijks afweek van die van 17 maart 2009. De timing met betrekking tot de kennisgeving was daarmee krap, maar de vakbonden zijn wel tijdig geïnformeerd voordat definitieve overeenstemming was bereikt met TSWB over de overdracht. De vakbonden waren vanaf 2007 intensief betrokken bij besluiten over de HV-activiteiten van tanteLouise-Vivensis. Zij hadden zelf aanleiding kunnen zien om in overleg treden. Het had op de weg van de vakbonden gelegen zich pro-actief op te stellen, zeker waar de vakbonden wisten in welke penibele financiële situatie tanteLouise-Vivensis zich bevond. De vakbonden hadden contact op kunnen nemen met de OR en/of hun kaderleden over de reden van de informatiebijeenkomst.
5.6.
De belangen van werknemers zijn afdoende beschermd. Indien de vakbonden in een eerder stadium zouden zijn geïnformeerd zou dit geen invloed hebben gehad op de overdracht. De OR en de cliëntenraad hebben positief geadviseerd, nadat op 2 maart 2009 een overlegvergadering had plaatsgevonden.
5.7.
TSWB (verweerster sub 6) heeft — samengevat — het navolgende aangevoerd.
5.8.
Het verzoekschrift van 20 april 2009 was alleen gericht tegen tanteLouise-Vivensis en niet tegen TSWB. Eerst bij brief van 6 mei 2009 is het bezwaar van de vakbonden uitgebreid tot TSWB. Alleen het verzoekschrift van 6 mei 2009 kan daarom ten grondslag liggen aan de klacht tegen TSWB. TSWB en tanteLouise-Vivensis hebben de vakbonden over de voorgenomen fusie ingelicht bij brieven van 17 en 20 maart 2009. Niet de brief van 20 maart 2009, maar die van 17 maart 2009 moet als uitgangspunt worden genomen bij de berekening van de termijn waarbinnen de vakbonden had kunnen blijken dat sprake was van niet of niet behoorlijke naleving van de SER Fusiegedragsregels. De termijn van een maand van artikel 19F2000 is daarom overschreden, in ieder geval voor zover dat verzoekschrift zich richt tegen TSWB. Verzoeksters dienen ten aanzien van hun bezwaren jegens TSWB niet-ontvankelijk te worden verklaard.
5.9.
De vakbonden zijn bovendien reeds bij brief van 6 maart 2009 in kennis gesteld van de bijeenkomsten aangaande de HV-activiteiten. Bij brief van 17 maart 2009 zijn de vakbonden nader geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld een oordeel te geven. De vakbonden hebben zowel na de brief van 6 maart 2009 als na de brief van 20 maart 2009 een afwachtende houding aangenomen.
5.10.
Zowel tanteLouise-Vivensis als TSWB zijn van mening — mede gezien voornoemde afwachtende houding — dat indien er al sprake is van het niet of niet behoorlijk naleven van de SER Fusiegedragsregels, die schending geen ernstig karakter draagt en niet in ernstige mate verwijtbaar is. Daarbij moet ermee rekening worden gehouden dat partijen met de transactie honderden banen hebben weten te behouden. De gevolgen voor het betrokken personeel zijn zeer beperkt.
5.11.
Indien de klacht gegrond wordt verklaard verzoeken tanteLouise-Vivensis en TSWB de namen van verwerende partijen weg te laten in de beslissing.
6. Beoordeling
Ten aanzien van de ontvankelijkheid
6.1.
Bij de onderhavige transactie zijn de SER-Fusiegedragsregels ingevolge artikel 2 lid 2F2000 van toepassing. Anders dan de verzoekende partijen ABVAKABO FNV, FBZ, SBZorg en NU'91, is CNV Publieke Zaak géén partij bij de CAO VVT en voldoet zij daarom niet aan de vereisten van artikel 1 lid 2F2000. CNV Publieke Zaak is derhalve niet ontvankelijk in haar verzoek.
6.2.
Het verzoekschrift van de overige vakbonden, ABVAKABO FNV, FBZ,
SBZorg en NU'91, jegens tanteLouise-Vivensis ingediend op 20 april 2009, is tijdig ingediend. De GF gaat daarbij uit van de datum van ontvangst van de kennisgeving ex artikel 4 lid 1F2000 aan de vakbonden op (op zijn vroegst) 20 maart 2009. Het verweer dat uitgegaan dient te worden van de brief van 6 maart 2009 houdt geen stand, omdat in die brief de voorgenomen transactie tussen tanteLouise-Vivensis en TSWB niet wordt genoemd. Het subsidiaire verweer dat uitgegaan moet worden van ontvangst van de brief van 17 maart 2009 op 18 maart 2009 — en niet zoals de vakbonden hebben gesteld op 20 maart 2009 —, leidt niet tot een ander oordeel. Onbesproken kan blijven het feit dat de vakbonden hebben aangegeven dat onzeker is of de brief ook op 17 maart is gepost en de door de vakbonden in het geding gebrachte brief het stempel ‘ontvangen 20.03.09’ draagt. Zelfs indien zou worden uitgegaan van een verzending van de brief per post per 17 maart 2009 en ontvangst op 18 maart 2009, kon het onderhavige verzoek nog op 20 april 2009 worden ingediend. De termijn bedoeld in artikel 19F2000 eindigde bij ontvangst op 18 maart 2009 immers op zaterdag 18 april 2009, en dient dan overeenkomstig artikel 1, eerste lid, van de Algemene termijnenwet te worden verlengd tot en met de eerstvolgende maandag, 20 april 2009, de datum waarop het verzoek bij de GF is binnengekomen.
6.3.
TSWB wordt niet genoemd in het verzoekschrift van 20 april 2009, dat zich alleen richt tegen tanteLouise-Vivensis. Nu TSWB voor het eerst als partij in de brief van 6 mei 2009 wordt genoemd, en de vakbonden bij brief van 23 april 2009 slechts de mogelijkheid geboden werd de nog ontbrekende gegevens in de zin van artikel 20F2000 aan te vullen, is de klacht jegens TSWB te laat ingediend. Het verzoek van de vakbonden voor zover gericht tegen TSWB is om die reden niet ontvankelijk.
6.4.
De GF ontvangt ABVAKABO FNV in haar aanvulling op het reeds eerder ingediende verzoekschrift d.d. 26 augustus 2009. De GF acht die aanvulling niet strijdig met de eisen van een goede procesorde, nu zij tijdig voor de zitting is gedaan en verweersters tegen de aldus uitgebreide eis verweer hebben kunnen voeren. In onderhavige zaak is overigens geen verweer gevoerd op dit punt.
6.5.
De vakbonden zijn niet ontvankelijk in hun klacht ten aanzien van de gestelde niet-naleving van artikel 7:663 Burgerlijk Wetboek door verweersters. De GF is niet bevoegd hierover een oordeel te vellen. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechter.
Ten aanzien van de gestelde overtreding van artikel 3F2000
6.6.
Volgens dit voorschrift moeten, vóórdat over de voorbereiding of totstandkoming van een fusie openbare mededelingen worden gedaan, de vakbonden van de inhoud van zulk een mededeling in kennis worden gesteld. De tijdens de personeelsbijeenkomsten van 9, 10 en 11 maart 2009 gedane mondelinge mededelingen inzake de totstandkoming en de modaliteiten van de transactie met TSWB kwalificeren in ieder geval als openbare mededeling nu aan het personeel dat die bijeenkomsten bijwoonde, geen vertrouwelijkheid was opgelegd (zie eveneens de uitspraak van de GF, FNV Bondgenoten/Effectief Groep B.V. van 24 mei 2002)
6.7.
De GF is van oordeel dat door deze handelwijze artikel 3F2000 is geschonden. Met name is, in strijd met de strekking van de onderhavige bepaling, de vakbonden de gelegenheid ontnomen hun belangenbehartigende taak ten opzichte van hun leden naar behoren waar te nemen.
Ten aanzien van de gestelde overtreding van artikel 4F2000
6.8.
Verzoeksters baseren hun klacht onder meer op de schending van artikel 4 leden 1 en 6F2000. Te dien aanzien merkt de GF op dat het zesde lid van artikel 4 bepaalt dat aan de voorgaande leden van artikel 4 op zodanige wijze uitvoering moet worden gegeven dat het oordeel van de vakbonden van wezenlijke invloed kan zijn op het al dan niet tot stand komen van de fusie en op de modaliteiten daarvan.
6.9.
De vakbonden dienen te worden ingelicht voordat de fusiepartijen overeenstemming bereiken over de fusie of transactie. Met het begrip ‘overeenstemming’ wordt niet gedoeld op de datum van het ondertekenen van de overeenkomst, maar op het bereiken van wilsovereenstemming tussen de onderhandelende partijen over de fusie en de wezenlijke modaliteiten daarvan (zie eveneens GF-uitspraak, FNV Bondgenoten c.s./Brabant Alucast International B.V. van 12 maart 2008).
Op 20 februari 2009 werd een intentieverklaring ondertekend tussen tanteLouise-Vivensis en TSWB. Op 26 en 27 februari 2009 zijn de OR en de Centrale Cliëntenraad om advies gevraagd. Bij brieven van 5 maart 2009 werden de verschillende geledingen van het personeel van tante Louise-Vivensis uitgenodigd voor informatiebijeenkomsten. Volgens die brieven zou het personeel geïnformeerd worden over door tanteLouise-Vivensis genomen besluiten. Op 9 maart 2009 werd met de gemeente Bergen op Zoom een bespreking gevoerd over de overdracht van de HV-activiteiten. Op 17 maart 2009 gaat de gemeente Bergen op Zoom akkoord met de overdracht van de HV-activiteiten van tanteLouise-Vivensis aan TSWB, een instemming die op 18 maart omstreeks 9.15 uur in BN de Stem gemeld wordt. Zelfs als zou worden aangenomen dat de brief van 17 maart de vakbonden op 18 maart 2009 heeft bereikt, dan is in het licht van het voorgaande voldoende aannemelijk dat de onderhandelingen op dat moment reeds in een zodanig vergevorderd stadium waren dat het voor de vakbonden niet meer mogelijk was nog wezenlijk invloed uit te oefenen op het al of niet tot stand komen van de fusie en op de modaliteiten daarvan. Immers het meedelen van besluiten aan het personeel en het akkoord van de gemeente Bergen op Zoom duiden erop dat de onderhandelingen in een zodanige eindfase waren dat hoogstens op enkele ondergeschikte punten na volledige overeenstemming was bereikt tussen de onderhandelende partijen.
De kennisgeving ex artikel 4 lid 1F2000, verzonden op 17 maart 2009 aan de vakbonden, was derhalve te laat omdat het oordeel van de vakbonden niet meer van wezenlijke invloed kon zijn op de transactie. De GF stelt vast dat de kennisgeving ex artikel 4 lid 1 j°lid 6F2000 niet tijdig is verricht. Een schriftelijke uiteenzetting als bedoeld in artikel 4 lid 2F2000 is eveneens te laat gegeven en de vakbonden is geen gelegenheid geboden voor een bespreking overeenkomstig artikel 4 lid 4F2000, onderscheidenlijk voor het uitspreken van het oordeel bedoeld in artikel 4 lid 3F2000.
6.10.
Ten aanzien van de door de vakbonden gestelde schending van artikel 4 lid 7F2000 overweegt de GF het volgende. Ingevolge dit lid moet de OR door de fusiepartijen in de gelegenheid worden gesteld kennis te nemen van het oordeel van de vakorganisaties, opdat hij daarmee rekening kan houden bij het uitbrengen van zijn advies op grond van artikel 25 WOR. De essentie van dit voorschrift is een zekere mate van afstemming te waarborgen tussen de medezeggenschapstrajecten van ondernemingsraden enerzijds en vakorganisaties anderzijds.
6.11.
Tenzij de OR aangeeft geen kennis te willen nemen van de standpunten van de betrokken vakbonden, geven de SER Fusiegedragsregels daarmee een volgorde van formele consultatie aan. Op basis van artikel 4F2000 en artikel 25 WOR is die volgorde als volgt: eerst dienen de betrokken vakbonden een oordeel te geven over de voorgenomen transactie. De OR dient vervolgens van dat oordeel in kennis te worden gesteld alvorens hij advies uitbrengt. Mede op die wijze kan het oordeel van de betrokken vakbonden van wezenlijke invloed zijn op het fusiebesluit en de modaliteiten van de fusie. De OR bracht op 4 maart 2009 zijn advies uit. Een kennisgeving ex artikel 4 lid 1F2000 werd op zijn vroegst op 18 maart 2009 door de vakbonden ontvangen. In de onderhavige zaak heeft tanteLouise-Vivensis de OR derhalve niet in de gelegenheid gesteld kennis te nemen van het oordeel van de vakbonden over de voorgenomen transactie met TSWB, terwijl de OR niet expliciet heeft aangegeven dat hij afzag van het kennis nemen van het oordeel van de vakbonden alvorens hij zijn advies uitbracht aan tanteLouise-Vivensis. Naar het oordeel van de GF is daarmee artikel 4 lid 7F2000 door tanteLouise-Vivensis geschonden.
6.12.
Ter zake van het verzuim met betrekking tot artikel 3 en 4F2000 heeft tanteLouise-Vivensis nog het verweer gevoerd dat de vakbonden een afwachtende houding hebben aangenomen nadat zij de brief van 6 maart 2009 ontvangen hadden over de personeelsbijeenkomsten en nadat zij de brief van 17 maart 2009 hadden ontvangen. Dit verweer treft geen doel. Artikel 4F2000 gaat uit van de verplichting van de bij een fusie betrokken ondernemingen de fusiegedragsregels na te leven en om die reden zijn zij verplicht uit eigen beweging de vakbonden in te lichten en uit te nodigen voor overleg op het daarvoor in de fusiegedragsregels aangegeven tijdstip (zie hiervoor ook Fusiegedragsregels Commentaar 2000, 1e druk, pag. 63).
6.13.
Ook het gevoerde verweer dat de belangen van werknemers afdoende waren beschermd en dat, ook al zouden de vakbonden in een eerder stadium zijn geïnformeerd, dit geen invloed zou hebben gehad op de overdracht, berust op een onjuiste opvatting over de strekking van de fusiegedragsregels. De bedoeling van de informatie- en overlegfase van artikel 4F2000 is nu juist om de vakbonden in staat te stellen zelf inhoudelijk de betrokkenheid van, respectievelijk de gevolgen voor de werknemers te beoordelen en in dat perspectief hun oordeel te geven over de verschillende aspecten van de fusie, bezien vanuit het belang van de werknemers. Binnen de grenzen van artikel 4F2000 bepalen de bevoegde vakbonden zélf ‘hun agenda’. Marginalisering van deze bevoegdheid zou een miskenning inhouden van de strekking en de bedoeling van de procedure als genoemd in artikel 4F2000 (zie hiervoor eveneens de GF-uitspraak, Nautilus NL/Dockwise Transport N.V. van 15 maart 2007)
6.14.
De conclusie uit het voorgaande is dat tanteLouise-Vivensis het bepaalde in artikel 3 en artikel 4 lid 1 tot en met lid 4, lid 6 en lid 7 van de SER Fusiegedragsregels niet naar behoren heeft nageleefd. De GF is van oordeel dat de niet-naleving geen zodanig ernstig karakter draagt en niet in zodanig ernstige mate verwijtbaar is als bedoeld in artikel 32 lid 3F2000 dat het bevorderen van actieve openbaarmaking door de GF in de rede ligt. De GF acht geen termen aanwezig om in de te publiceren beslissing de namen van partijen of andere onderdelen daarvan weg te laten.
7. Beslissing
verklaart CNV Publieke Zaak niet ontvankelijk in haar verzoek;
verklaart ABVAKABO FNV, FBZ, SBZorg en Nu'91 niet ontvankelijk in hun verzoek voor zover gericht tegen TSWB en voor zover gebaseerd op niet-nakoming van artikel 7:663 Burgerlijk Wetboek;
beslist dat tanteLouise-Vivensis het bepaalde in artikel 3 en artikel 4 lid 1 tot en met lid 4, lid 6 en lid 7 van de SER Fusiegedragsregels 2000 niet naar behoren heeft nageleefd.
De GF was als volgt samengesteld: mr. R.J. Paris, voorzitter, mr. A.M.A. Verscheure, mr. W.N. Everts, mr. A. Rigutto en prof. dr. K. Boonstra, leden.
Deze beslissing wordt gepubliceerd in het Mededelingenblad en verordeningenblad bedrijfsorganisatie (PBO-blad) alsmede op de website van de Sociaal-Economische Raad (SER). De GF acht geen termen aanwezig om in deze publicaties de namen van partijen of andere onderdelen daarvan weg te laten.
Den Haag, 22 oktober 2009
R.J. Paris voorzitter
E.C.M. Dik secretaris