Intellectuele eigendom in het conflictenrecht
Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/5.1.2.d:5.1.2.d Conclusie
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/5.1.2.d
5.1.2.d Conclusie
Documentgegevens:
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS461637:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Actes VP 1880, p. 18-19 (Procès-verbaux). Zie alinea 32 hiervoor.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
525. Synthese. Nemen wij het voorgaande tezamen. Het Savigniaanse model bepaalt in zo sterke mate ons huidige conflictenrechtelijke en vreemdelingenrechtelijke denken dat wij het rechtsvacuüm in de toestand van rechteloosheid, en daardoor de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling, niet meer onderkennen. Enerzijds maakt de verborgen Savigniaanse premisse dat er altijd een toepasselijk rechtsstelsel valt aan te wijzen, ons blind voor het rechtsvacum. Anderzijds is het met name het Savigniaanse non-discriminatiepostulaat, en de daaruit voortvloeiende onopgemerkte Savigniaanse scheiding van conflictenrecht en vreemdelingenrecht, die maakt dat wij de negentiende-eeuwse beperking tot nationale werken of auteurs onjuist kwalificeren, waardoor wij niet bij het rechtsvacuüm uitkomen.
526. Deze tweede reden wordt overigens versterkt door de eerste: omdat in onze Savigniaanse denkwereld geen rechtsvacuüm bestaat, zijn wij al snel geneigd de toestand van rechteloosheid zo te interpreteren dat een rechtsvacuüm zich ook niet voordoet — men redeneert niet snel naar een onmogelijk geachte uitkomst. Zo doen wij aan `hinausinterpretieren'. Deze twee redenen zijn de twee valkuilen, die maken dat wij het rechtsvacuüm — en daarmee de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling — tegenwoordig niet meer begrijpen.
527. Daarnaast heeft ook de door Von Savigny veroorzaakte vervreemding van het formele-territorialiteitsbeginsel bijgedragen aan deze begripsverduistering.
528. Zo worden wij langs drie wegen gehinderd door ons Savigniaanse denken. Wij bezien een statutistisch probleem en de bijbehorende statutistische oplossing door een Savigniaanse bril, en daardoor valt de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling buiten beeld. Ondertussen zijn wij ons er niet eens van bewust dat wij door een Savigniaanse bril kijken en dat die bril ons blikveld vernauwt — en dat maakt deze conflictregel voor ons onbereikbaar.
529. Dit alles is ons probleem; de verdragsopstellers treft geen blaam. Ons onbegrip wordt veroorzaakt doordat wij anders zijn gaan denken. Men herinnere zich de beeldspraak van Bozérian. Bozérian, de voorzitter van de Parijse conferentie waar het Verdrag van Parijs werd geschreven, vergeleek in zijn openingsrede in 1880 het werk van de conferentie met het schrijven van een boek: "C'est la pré-face d'un livre qui va s'ouvrir et qui ne sera peut-être fermé que dans de longues années." 1 Welnu, die tekst, hán tekst — die zij nog in de taal van de statutenleer schreven — lezen wij tegenwoordig met de verkeerde, want Savigniaanse, bril.