GiEA Curaçao, 07-04-2022, nr. CUR202201274
ECLI:NL:OGEAC:2022:101
- Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Datum
07-04-2022
- Zaaknummer
CUR202201274
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:OGEAC:2022:101, Uitspraak, Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 07‑04‑2022; (Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking)
Uitspraak 07‑04‑2022
Inhoudsindicatie
toestemming tot leggen beslag dat was zwartgemaakt
Partij(en)
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202201274
Beschikking d.d. 7 april 2022
Inzake
[VERZOEKER],
wonende in Curaçao,
verzoeker,
gemachtigde: mr. drs. E. Bokkes,
tegen
[VERWEERDER],
wonende in Curaçao,
verweerder,
gemachtigde: mr. V. Soeltaansingh.
Partijen zullen hierna [verzoeker] en [verweerder] worden genoemd.
1. Het procesverloop
1.1
Namens [verzoeker] heeft diens gemachtigde op 30 maart 2022 een verzoekschrift met producties ingediend. Dit verzoekschrift strekt ertoe toestemming te verkrijgen om diverse beslagen te mogen leggen ten laste van [verweerder]. Aangezien het beslag was zwartgemaakt, zijn op 6 april 2022 de gemachtigden van beide partijen op het beslagrekest gehoord. Daarbij hebben beide gemachtigden het woord gevoerd en vragen van de rechter beantwoord.
1.2.
De uitspraak is bepaald op heden.
2. De vaststaande feiten
2.1
Partijen zijn op 1 april 2021 een overeenkomst van geldlening (hierna: de overeenkomst van geldlening) aangegaan, waarbij [verzoeker] aan [verweerder] een bedrag van NAf 445.000,- (oftewel US$ 250.000,- ) heeft geleend. De aflossing van deze lening diende te geschieden binnen een termijn van één jaar en twee maanden, op de wijze als in de overeenkomst van geldlening vastgelegd.
2.2 [
Verweerder] zou dit bedrag aanwenden voor de financiering van de aankoop van 49 aandelen in FAD Curaçao B.V. door All Investment Company B.V. van Curavida Holding B.V. (hierna: de koopovereenkomst).
2.3 [
Verweerder] is zijn betalingsverplichtingen uit de overeenkomst van geldlening niet nagekomen.
3. Het geschil
3.1 [
Verzoeker] verzoekt het gerecht,
“uitvoerbaar bij voorraad:
(a) hem verlof te verlenen de in dit verzoekschrift bedoelde beslagen (op de beslagobjecten zoals omschreven onder randnummers 14, 15 en 16) te doen leggen;
(b) het bedrag waarvoor het verlof ten aanzien van rekwestrant wordt verleend, met inbegrip van de rente en kosten waarin gerekwestreerde kunnen worden veroordeeld, vast testellen op NAF. 214.500,-; en
(c) te bepalen dat de eis in de hoofzaak zoals bedoeld in artikel 700 lid 3 Rv dient te worden ingesteld binnen een termijn van vier weken nadat het beslag is gelegd;
althans een en ander door UEA in goede justitie te bepalen, kosten rechtens.”
3.2 [
Verzoeker] legt aan zijn verzoek ten grondslag dat [verweerder] zijn betalingsverplichtingen uit de overeenkomst van geldlening niet is nagekomen en dat nog een bedrag van in hoofdsom NAf 165.000,- openstaat, dat vrees voor verduistering bestaat en dat [verweerder] geen andere beslagobjecten op Curaçao heeft.
3.3 [
Verweerder] voert gemotiveerd verweer en concludeert tot afwijzing van het verzoek.
3.4
Op de stellingen en verweren van partijen, voor zover voor de te nemen beslissing van belang, zal hierna nader worden ingegaan.
4. De beoordeling
4.1
Volgens de randnummers 14, 15 en 16 van het verzoekschrift zijn de beslagobjecten waarop [verzoeker] beslag wenst te laten leggen de volgende: alle aandelen die [verweerder] houdt in All Investment Company B.V. (randnummer 14 van het verzoekschrift), het aandeel van [verweerder] in de eigendom van een onroerend goed (randnummer 15) en gelden die [verweerder] te vorderen heeft en/of zal verkrijgen van Orco Bank N.V. en gelden, registergoederen en/of geldswaarden die Orco Bank N.V. verschuldigd is en/of zal worden aan [verweerder] (randnummer 16).
4.2 [
Verweerder] stelt zich op het standpunt dat de koopovereenkomst kan worden ontbonden wegens wanprestatie althans kan worden vernietigd wegens bedrog althans dwaling.
4.3
Het volgende wordt vooropgesteld: onweersproken is dat [verzoeker] uit hoofde van de overeenkomst van geldlening nog NAf 165.000,- van [verweerder] heeft te vorderen. [Verweerder] heeft de koopovereenkomst (nog) niet ontbonden dan wel vernietigd, hetgeen betekent dat de overeenkomst van geldlening nog steeds onverkort geldt en [verweerder] dus een schuld heeft aan [verzoeker] van NAf 165.000,-.
4.4
Voor het geval de koopovereenkomst in de toekomst zou worden ontbonden of vernietigd wordt het volgende overwogen. In een brief van 14 februari 2022 van de gemachtigde van [verweerder] aan de gemachtigde van [verzoeker] (prod. 5 bij het verzoekschrift) schrijft eerstgenoemde dat de vernietiging van de koopovereenkomst doorwerkt in de overeenkomst van geldlening, waardoor (ook) die geacht wordt nooit te hebben bestaan. Indien dat al juist is, zou dat naar het oordeel van het gerecht betekenen dat een titel komt te ontbreken aan het verstrekken van het bedrag van NAf 445.000,- door [verzoeker] aan [verweerder], waardoor [verzoeker] in dat geval een vordering krijgt op [verweerder] uit hoofde van onverschuldigde betaling ter hoogte van het bedrag dat nog niet is terugbetaald.
Tijdens de behandeling heeft het gerecht dit voorgehouden aan de gemachtigde van [verweerder] en hij heeft in reactie daarop niet aangevoerd dat dat onjuist zou zijn.
4.5
Voor het geval [verweerder] zou bedoelen te stellen dat hij zijn betalingsverplichtingen heeft opgeschort, gaat dat niet op. Anders dan artikel 6:52 Burgerlijk Wetboek als voorwaarden voor een geslaagd beroep op opschorting stelt, heeft [verweerder] immers geen opeisbare vordering op [verzoeker], terwijl betwijfeld kan worden of tussen vordering en verbintenis wel voldoende samenhang bestaat als in lid 1 van dat artikel bedoeld. Omtrent dat laatste heeft de raadsman van [verweerder] in elk geval niets aangevoerd.
4.6
Bij dit alles komt het volgende. Partijen waren overeengekomen dat de 49 aandelen die All Investment Company B.V. volgens de koopovereenkomst van Curavida Holding B.V. zou kopen, zouden dienen als zekerheid voor [verzoeker] voor de terugbetaling van de lening. Deze vorm van zekerheid kon niet worden gerealiseerd, kennelijk omdat partijen als leken in juridisch opzicht dit juridisch niet op juiste wijze hadden geregeld. Dit rechtvaardigt, zeker nu [verweerder] de overeenkomst van geldlening niet is nagekomen, dat [verzoeker] in een andere vorm zekerheid krijgt.
4.7
Op grond van het bovenstaande zal het verzoek van [verzoeker] worden toegewezen als hierna omschreven.
5. De beslissing
Het gerecht:
verleent [verzoeker] verlof tot het leggen van de in zijn verzoekschrift, in de randnummers 14, 15 en 16, bedoelde beslagen op de volgende beslagobjecten:
- -
de aandelen die [verweerder] houdt in All Investment Company B.V.
- -
de helft van het onroerend goed in register C, deel 864 nummer [24] omschreven als C[ 1 ] E[ 2 ] E [ 3 ] B [ 4 ] B [ 5 ], perceel [nummer];
- hetgeen [verweerder] heeft te vorderen en/of zal te vorderen verkrijgen van Orco Bank N.V. en hetgeen Orco Bank N.V. aan [verweerder] verschuldigd is en/of verschuldigd zal worden: gelden, aan [verweerder] toebehorende goederen – die geen registergoederen zijn – en/of geldwaarden, in het bijzonder, doch uitdrukkelijk niet daartoe beperkt, de vorderingen geadministreerd op de door [verweerder] bij Orco Bank N.V. aangehouden geldrekening(en) en/of spaardeposito’s;
stelt het bedrag waarvoor het verlof wordt verleend, met inbegrip van rente en kosten waarin [verweerder] kan worden veroordeeld, vast op NAf. 214.500,-;
bepaalt dat de eis in de hoofdzaak dient te worden ingesteld binnen een termijn van vier weken nadat het beslag is gelegd;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. O. Nijhuis, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en op 7 april 2022 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.