Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/16.3.5.1
16.3.5.1 Uitdrukkelijke forumkeuze ex artikel 23 EEX-r/17 Verdrag
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS415674:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 6 sub 1 EEX-V° vermeldt tevens dat tussen de vorderingen een zo nauwe band moet bestaan dat een goede rechtsbdeling vraagt om hun gelijktijdige behandeling en berechting teneinde te vermijden dat bij afzonderlijke berechting van de zaken onverenigbare beslissingen worden gegeven. Deze toevoeging is echter niet meer dan een codificatie van rechtspraak van het Hof van Justitie over art. 6 sub 1 EEX, zie HvJ EG 13 juli 2006, zaak C-539/03, Roche/Primus, Jur. 2006, p. I6535, r.o. 20 en Pertegás Sender, EEX-Verordening in de praktijk, p. 196.
CA Aix-en-Provence 7 mei 1981, Serie D I-1.17.1.1.-B 20.
Par. 16.3.6.
Bij meerpartijenovereenkomsten zal zelfs meer dan één verweerder kunnen worden afgetrokken van de gekozen rechter.
HR 24 september 1999, NJ 2000, 552 (Van Maanen/Caorle); anders: Cour de Cassation lère ch civ 2 maart 1999, Clunet 2000, p. 75.
Rb. Maastricht 7 juni 1990, NIPR 1992, 272; (algemeen) Cour de Cassation lère ch. civ. 12 juli 1982, Serie D I-17.1.1.-B 19; Beraudo, Jurisclasseur, p. 28; Voskuil, Rechtsmacht, Deel I, p. 101; Killias, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 253; Rb. 's-Gravenhage 14 februari 1996, NIPR 1997, 128; Mayer, Dip, p. 247; Pertegás Sender, EEX-Verordening in de praktijk, p. 195; anders: Laenens, Bevoegdheidsovereenkomsten, p. 193 en Pres. Rb. Almelo (in een nationale zaak) 19 juni 2001, http://www.rechtspraak.nl, LJN AB 2181.
Par. 11.2 behandelt derdenwerking van forumkeuze.
Art. 8 lid 3 sub a Oud Rv kende een analoge bepaling. Par. 11.3 bespreekt de eenzijdige forumkeuze.
Laenens, TvP 1982, p. 261; Killias, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 253; Geimer, IZPR, p. 421; Beraudo, Jurisclasseur, suppl. 3 (1989), p. 28; Rb. `s-Gravenhage 13 november 1996, NIPR 1997, 252; Rb. Rotterdam 22 januari 1983, NJ 1983, 710 en Serie D I-17.1.1.-B 18 die beroep op art. 5 sub 1 jo. 6 sub 1 EEX afwijst; Gothot/Holleaux, La Convention, p. 62 en 63; Droz, Compétence Judiciaire HR 90; anders: CA Parijs 25 april 1979, Clunet 1980, p. 352 en Serie D I-17.1.1.-B 12.
Gaudemet-Tallon, Compétence en Eumpe, p. 206; Rb. Haarlem 10 augustus 2005, Mutshibishi Heavy Industries Ltd/Hutni Montasze, A.S. HA ZA 05-133, n.g. bevestigd door Hof Amsterdam, 4 oktober 2007, rolnr. 105/06, n.g.
HvJ EG 12 mei 2005, zaak C-112/03, SFIP/Axa Belgium, Jur. 2005, p.1-3707, NJ 2006, 513, r.o. 42 en 43; Rb. 's-Gravenhage 13 november 1996, NIPR 1997, 252.
Gaudemet-Tallon, Les Conventions, p. 165.
Ik neem aan dat aan de voorwaarden voor toepassing van art. 6 sub 1 EEX-V°/Verdrag is voldaan.
HvJ EG 13 juli 2006, zaak C-539/03, Roche/Primus, Jur. 2006, p. 1-6535, r.o. 20; HvJ EG 13 juli 2006, zaak C-103/05, Reisch/Kiesel, Jur. 2006, p.1-6827, r.o. 26; HvJ 11 oktober 2007, zaak C-98/06, Arnoldsson/Freeport, n.g., r.o. 52.
Art. 6 sub 1 EEX-V°Nerdrag bepaalt dat bij meer verweerders een verweerder met woonplaats in een EG- resp. verdragsluitende staat voor het gerecht van de woonplaats van één van hen kan worden opgeroepen.1 In de verhouding tot art. 23 EEX-V°/17 Verdrag zijn twee situaties mogelijk waar een botsing kan plaatsvinden:
De procedure wordt aanhangig gemaakt voor een gerecht van de woonplaats van één van de verweerders, hoewel een forumkeuze aan de bevoegdheid van dit gerecht derogeert in de verhouding tussen eiser en een of meer van de (andere) verweerders.
De procedure wordt aanhangig gemaakt voor het geprorogeerde forum (in overeenstemming met de hoofdregel) en de verweerders worden op grond van art. 6 sub 1 EEX-V°Nerdrag opgeroepen voor dit gerecht.
In deze paragraaf gaat het enkel om een forumkeuze in de rechtsverhouding tussen eiser en verweerder. Een eventuele forumkeuze in de verhouding tussen de verweerders onderling regardeert eiser niet en is in deze paragraaf niet van belang.2 Ik merk slechts op dat een forumkeuze tussen verweerders onderlinge vorderingen wegens vrijwaring bemoeilijkt, indien een ander forum is aangewezen dan het forum waar de vordering tussen eiser en verweerder aanhangig is.3
Ad i): Forum derogatum
Het gevolg van het aanhangig maken van een procedure voor het gerecht van een woonplaats van één van de verweerders is dat andere verweerders zouden worden afgetrokken van de gekozen rechter.4 Krachtens de hoofdregel gaat art. 23 EEX-V°/ 17 Verdrag voor. De verweerder kan met een beroep op de forumkeuze de onbevoegdheid inroepen van gederogeerde gerechten waar één van de verweerders zijn woonplaats heeft.5 Hij kan met andere woorden niet worden gedaagd voor een gerecht van een woonplaats van een andere verweerder of zijn eigen woonplaats, tenzij dat gerecht (mede) is aangewezen.6 Het geschil tussen deze verweerder(s) en de eiser dient afzonderlijk te worden berecht voor het forum prorogatum. Andere verweerders die geen partij zijn bij de forumkeuze kunnen op de forumkeuze geen beroep doen.7 Een uitzondering moet worden gemaakt in het het Verdrag voor het geval dat de forumkeuze uitsluitend ten behoeve van de eiser is bedongen (17 lid 3 Verdrag) 8 Art. 23 EEX-V° biedt deze mogelijkheid niet.
Ad ii):Forum prorogatum
Indien eiser met verweerder een forumkeuze heeft gesloten, is derhalve oproeping voor het forum prorogatum juist. Bij oproeping voor het forum prorogatum kunnen zich twee gevallen voordoen:
Het forum prorogatum valt samen met het gerecht van de woonplaats van één der verweerders.
Het forum prorogatum valt niet samen met het gerecht van de woonplaats van één der verweerders.
Bij (a) kunnen de overige verweerders mede worden opgeroepen. Dat vloeit echter niet voort uit art. 23 EEX-V°/17 Verdrag, maar uit art. 6 sub 1 EEX-V°Nerdrag.9 In de casus (b) is oproeping van andere verweerders niet mogelijk.10 Dat volgt uit het algemene beginsel dat een forumkeuze in beginsel niet aan een derde kan worden tegengeworpen.11 Ook het forum van art. 5 sub 1 EEX-V°Nerdrag kan in een dergelijk geval niet worden gebruikt om andere verweerders op te roepen indien een overeenkomst over de plaats van uitvoering is gesloten.12
Ik wijs voorts op de volgende bijzondere situatie. Indien het forum prorogatum niet samenvalt met de woonplaats van één van de verweerders, maar het forum prorogatum wel in dezelfde EG- c.q. verdragsluitende staat is gelegen, doet zich een intern probleem van distributie van rechtsmacht voor. Er zijn twee casus te onderscheiden:
De verweerder met woonplaats in de staat van de gekozen rechter is partij bij de forumkeuze.
Een verweerder in een andere EG- c.q. verdragsluitende staat is partij bij de forumkeuze met de eiser. In dit geval hebben eiser en verweerder derhalve gekozen voor een rechter van een 'neutrale' staat of de staat van de woonplaats van eiser.
Een rechter heeft drie mogelijkheden, indien de vordering bij de gekozen rechter aanhangig is gemaakt:13
De forumkeuze wordt doorbroken door verwijzing van het gehele geschil naar de rechter van de woonplaats van één van de verweerders in de staat van de aangewezen rechter.
Concentratie van de geschillen bij de rechter die is aangewezen in weerwil van het bepaalde in art. 6 EEX-V°Nerdrag, zodat ook de verweerders die geen partij zijn bij de forumkeuze deze tegen zich moeten laten gelden.
Gedeeltelijke verwijzing: de procedure tegen een verweerder die partij is bij de forumkeuze wordt gevoerd voor het forum prorogatum; de procedure tegen de overige verweerders wordt ondanks verknochtheid gevoerd voor de woonplaats van één van hen. Deze oplossing stemt overeen met het hierboven beschreven resultaat onder de art. 6 en 23 EEX-V°/17 Verdrag op internationaal niveau.
Alsnog dreigt het gevaar van strijdige uitspraken, maar dan binnen één EG- c.q. verdragsluitende staat. De bepaling van art. 6 sub 1 EEX-V°Nerdrag beoogt daar nu juist aan in de weg te staan.14 Dezelfde strekking hebben op nationaal niveau de art. 7 sub 1 en 107 Rv.
De oplossingen (i), (ii) en (iii) zijn in beginsel alle verdedigbaar, zolang geen keuze is gemaakt door de (gemeenschaps)wetgever of het Hof van Justitie. Het is moeilijk in abstracte een keuze te maken. Bij een forumkeuze voor de Tribunal de Grande Instance. te Marseille, terwijl de enige Franse verweerder in Duinkerken woonplaats heeft, is berechting door de rechter te Marseille van een incassogeschil moeilijk verdedigbaar vanuit het perspectief van art. 6 EEX-V°Nerdrag. Deze Noord Franse verweerder wordt zodoende op grote afstand van zijn woonplaats aan een procedure. Naar Nederlands procesrecht zou de gehele procedure in de stand waarin deze zich bevindt verwezen kunnen worden op grond van art. 110 Rv naar de woonplaats van een van de verweerders in dezelfde staat. De forumkeuze bindt de overige verweerders immers niet en art. 6 sub 1 EEX-V°Nerdrag verwijst uitdrukkelijk naar de woonplaats. De keuze voor de oplossingen (i), (ii) of (iii) dient dan ook af te hangen van de omstandigheden van het geval, zoals:
Doelmatige rechtspleging;
Belang van de verweerders in andere EG- c.q. verdragsluitende staten bij hun verzoek tot verwijzing;
Bijzondere kwaliteiten of specialisatie van de geadieerde rechter;
Eventuele opzetjes tussen één verweerder en de eiser omtrent de te adiëren rechter;
Het belang van de verweerder die partij is bij de forumkeuze, bij berechting door het gekozen forum.