V-N 2014/35.13
Uitgestelde bruidsschat kwalificeert volgens A-G niet als afkoopsom voor alimentatie
HR (A-G) 10-06-2014, ECLI:NL:PHR:2014:583, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad (Advocaat-Generaal)
- Datum
10 juni 2014
- Zaaknummer
13/05930
- Conclusie
A-G Niessen
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- JCDI
JCDI:ADS918543:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:2874, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑10‑2014
ECLI:NL:PHR:2014:583, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 10‑06‑2014
Beroepschrift, Hoge Raad, 14‑01‑2014
- Wetingang
art. 6.3 lid 1 Wet IB 2001
Essentie
A-G Niessen concludeert dat X niet aannemelijk heeft gemaakt dat Y tegenover het beding van de uitgestelde bruidsschat een rechtstreeks aan het familierecht ontleend recht op periodieke uitkeringen of verstrekkingen heeft prijsgegeven. Het gelijk is aan de staatssecretaris
Samenvatting
X en Y trouwen begin 2008 naar islamitisch recht in Libanon. In 2009 gaan X en Y uit elkaar en bevestigt het Soennitische Religieuze Hof in Beiroet de echtscheiding. Bij het aangaan van het huwelijk was een mahr (uitgestelde bruidsschat) overeengekomen. In 2009 betaalt X een bedrag van € 28.800. In zijn IB-aangifte 2009 brengt X de mahr, van € 28.800, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.