Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/1.4:1.4 Onderzoeksvragen, toetsingskader en werkwijze
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/1.4
1.4 Onderzoeksvragen, toetsingskader en werkwijze
Documentgegevens:
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491657:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De doelstelling van dit onderzoek is een analyse en beoordeling van de splitsingsregels in de vennootschapsbelasting. Dit is alleen mogelijk als (i) de doelstellingen daarvan duidelijk zijn en (ii) is geanalyseerd op welke grondslagen deze doelstellingen zijn gebaseerd. Met andere woorden, eerst dient de context van het onderzoek duidelijk te zijn. Daarbij wordt het nu geldende vennootschapsbelastingsysteem, waarin lichamen als zodanig aan winstbelasting worden onderworpen, als vertrekpunt genomen. Binnen deze context moet vervolgens worden bezien op welke wijze de rechtsfiguur van de splitsing op rechtvaardige wijze kan worden verankerd in het Nederlandse fiscale vennootschapsbelastingsysteem. Pas daarna kunnen de huidige splitsingsregels in de vennootschapsbelasting inhoudelijk worden geanalyseerd en beoordeeld. Dit onderzoek laat zich samenvatten in drie onderzoeksvragen:
Wat zijn de grondslagen en doelstellingen van de splitsingsregels in de vennootschapsbelasting en hoe verhouden zij zich tot elkaar?
Op welke wijze kan de rechtsfiguur van de splitsing op rechtvaardige wijze worden verankerd in het Nederlandse vennootschapsbelastingsysteem?
Dienen de splitsingsregels in de vennootschapsbelasting te worden verbeterd en zo ja, op welke wijze?
Deze studie kent een gelaagde opbouw. De eerste onderzoeksvraag bepaalt de context van het onderzoek. Het antwoord daarop vormt het fundament van mijn toetsingskader.1 Voor het antwoord op de tweede onderzoeksvraag worden drie toetsingscriteria ontwikkeld en geoperationaliseerd.2 Het antwoord op de tweede onderzoeksvraag is daarmee tegelijkertijd een meetinstrument voor de inhoudelijke analyse en beoordeling van de splitsingsregels in de vennootschapsbelasting; de derde onderzoeksvraag. Voor het beantwoorden van de derde onderzoeksvraag, het hart van het onderzoek, maak ik gebruik van de volgende deelvragen die in afzonderlijke hoofdstukken worden uitgewerkt:3
Is het terecht dat een splitsing als uitgangspunt met fiscale afrekening verloopt?
Dienen de regels in de Wet VPB 1969 met betrekking tot de ruisende splitsing op het niveau van de splitsingspartners inhoudelijk te worden verbeterd en zo ja, op welke wijze?
Dienen de regels in de Wet VPB 1969 (en in de Wet IB 2001) met betrekking tot de ruisende splitsing op het niveau van de aandeelhouders, leden, schuldeisers, winstbewijshouders en optiehouders inhoudelijk te worden verbeterd en zo ja, op welke wijze?
Dient de fiscale wetgever te voorkomen dat (wenselijke) splitsingen worden belemmerd in de vorm van vennootschapsbelasting en zo ja, moet dan worden voorzien in doorschuif- of betalingsregelingen?
Dienen de randvoorwaarden voor het tot stand brengen van een fiscaal gefaciliteerde splitsing te worden verbeterd en zo ja, op welke wijze?
Dienen de regels in de Wet VPB 1969 met betrekking tot de fiscaal gefaciliteerde splitsing op het niveau van de splitsingspartners inhoudelijk te worden verbeterd en zo ja, op welke wijze?
Dienen de regels in de Wet VPB 1969 (en in de Wet IB 2001) met betrekking tot de fiscaal gefaciliteerde splitsing op het niveau van de aandeelhouders, leden, schuldeisers, winstbewijshouders en optiehouders inhoudelijk te worden verbeterd en zo ja, op welke wijze?
Om deze deelvragen en daarmee de derde onderzoeksvraag adequaat te kunnen beantwoorden, is inzicht nodig in de huidige splitsingsregels in de vennootschapsbelasting. Om die reden moet dit onderzoek een gedegen analyse van die regels bevatten.4 Voor zover uit mijn onderzoek blijkt dat de splitsingsregels in de vennootschapsbelasting niet voldoen aan het toetsingskader, worden aanbevelingen geformuleerd.5 Uiteraard moeten deze aanbevelingen voldoen aan het toetsingskader.