Vertrouwen op informatie bij bestuurlijke taakvervulling
Einde inhoudsopgave
Vertrouwen op informatie bij bestuurlijke taakvervulling (IVOR nr. 83) 2011/6.3.2:6.3.2 Casuïstiek van het zorgvuldigheidsverweer
Vertrouwen op informatie bij bestuurlijke taakvervulling (IVOR nr. 83) 2011/6.3.2
6.3.2 Casuïstiek van het zorgvuldigheidsverweer
Documentgegevens:
mr. M. Mussche, datum 30-05-2011
- Datum
30-05-2011
- Auteur
mr. M. Mussche
- JCDI
JCDI:ADS607381:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 31 oktober 1972, NJ 1973, 43.
HR 13 november 1990, NJ 1991, 222.
HR 19 maart 1991, NJ 1992, 122. De overheid kon in casu strafrechtelijk worden vervolgd omdat zij niet als zodanig optrad, maar als werkgever bij het exploiteren van een havenbedrijf.
HR 2 februari 1993, NJ 1993, 476.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een zorgvuldigheidsverweer wordt niet eenvoudig aanvaard. Ik bespreek ter illustratie allereerst een drietal zaken waarin het verweer werd verworpen en vervolgens een zaak waarin het verweer werd aanvaard.
De NV Veenendaalse Melkinrichting en Zuivelfabriek werd in 1972 vervolgd omdat er penicilline was aangetroffen in door haar afgeleverde melk.1 De verdachte voerde aan dat zij aan haar geleverde melk tweewekelijks op penicilline liet controleren en dat zij, indien dit werd aangetroffen, financiële maatregelen tegen de betreffende boer nam. De feitenrechter oordeelde dat dit beroep op avas moest worden verworpen, omdat niet aannemelijk was geworden dat een intensievere controle dan de toegepaste niet mogelijk was. De Hoge Raad liet dit oordeel in stand.
In 1990 werd een soortgelijk verweer, enigszins ingekleed als een dwalingsverweer, gevoerd door Bakkerij Bartholomeus BV.2 De bakkerij werd beschuldigd van het in voorraad hebben van melkbrood dat niet aan de eisen van de Warenwet voldeed. De verdachte ontkende verantwoordelijk te zijn voor de samenstelling van het deeg, omdat zij dit kreeg aangeleverd van de producent. De bakkerij liet het brood bovendien tweewekelijks controleren. Het Hof overwoog:
`0., dat de raadsman voorts heeft betoogd dat er sprake is van afwezigheid van alle schuld nu verdachte heeft gedwaald ten aanzien van de samenstelling van de door de producent geleverde produkten en van hem onmogelijk verwacht kan worden dat hij de samenstelling van die produkten controleert alvorens deze te verkopen;
0., dat het hof ook dit verweer verwerpt, omdat verdachte als verkoper van brood ingevolge de Keuringsverordening voor de gem. Nijmegen een eigen verantwoordelijkheid draagt voor het voldoen aan de eisen gesteld krachtens de Warenwet, waaraan niet althans niet voldoende afdoet dat in gevallen als het onderhavige doorgaans proces-verbaal wordt opgemaakt tegen de producent van het brood.'
AG Fokken concludeerde tot vernietiging van het arrest. Het Hof was volgens hem niet ingegaan op het verweer dat de bakkerij alles had gedaan wat redelijkerwijs mogelijk was om het brood controleren. De Hoge Raad liet het arrest echter in stand.
De Hoge Raad liet ook de verwerping van een zorgvuldigheidsverweer van de gemeente Stein in stand.3 Een gemeenteambtenaar had met een hijskraan zand uit een binnenvaartschip gelost naar een zand- en grindtrechter. De lastbegrenzer bleek buiten werking gesteld, waardoor de kraan meer gewicht kon verplaatsen dan was aangegeven. De kraan is daardoor op enig moment omgevallen. De gemeente werd daarop vervolgd wegens handelen in strijd met art. 60 Veiligheidsbesluit Binnenvaart. Zij beriep zich op de door haar in acht genomen zorgvuldigheid. De gemeente had haar verplichtingen voor het functioneren van de kraan namelijk toevertrouwd aan een deskundig bedrijf. Dit bedrijf voerde periodieke controles uit, maakte daarvan rapporten en gaf aan welke reparaties moesten worden verricht. In die rapporten was nooit melding gemaakt van het niet functioneren van de lastbegrenzer. Het Hof overwoog dat het enkel verrichten van periodieke controles door een deskundig bedrijf in casu niet kon leiden tot avas. Het Hof achtte het relevant dat ten minste één kraanmachinist wist dat de lastbegrenzer van de betreffende kraan niet werkte. Dit gerucht was ook bij het hoofd van de afdeling 'financiën en economische zaken der secretarie' van de gemeente terechtgekomen. Het Hof verweet de gemeente daarom 'dat zij heeft stilgezeten waar handelen geboden was, nl. te onderzoeken of die geruchten op waarheid gebaseerd waren en zo ja, de terzake geëigende maatregelen te treffen.' Annotator Corstens merkt op dat de inspectierapporten klaarblijkelijk niet naar aanleiding van die geruchten zijn opgemaakt. Dan zou de zaak naar zijn mening anders hebben gelegen.
Een avas-verweer wegens voldoende zorgvuldig handelen werd wel geaccepteerd in een zaak waarin een vennootschap werd vervolgd vanwege een te hoog gehalte van het giftige aflatoxine B1 in de door haar verhandelde pinda's.4 De vennootschap stelde al het mogelijke te hebben gedaan om deze overtreding van de destijds geldende Warenwet te voorkomen. Zij had voorzorgmaatregelen genomen ten aanzien van selectie, controle, vervoer, opslag en verwerking van de pinda's. De politierechter oordeelde daarom dat de verdachte de maximale van haar te vergen zorg had betracht ter voorkoming van een te hoog aflatoxinegehalte. Dealniettemin veroordeelde de politierechter de verdachte: `Wie zich in een dergelijk probleemgebied begeeft, kan nooit een beroep doen op afwezigheid van alle schuld, tenzij hem om beleidsredenen die mogelijkheid uitdrukkelijk gegeven wordt.' AG Fokkens noemt deze overweging de aanvaarding van risicoaansprakelijkheid in het strafrecht. Hij concludeert daarom tot vernietiging van het arrest:
`Gelet op de moeilijke controleerbaarheid — zoals door de economische politierechter is vastgesteld — aanvaardt ook de wetgever door de verkoop niet geheel te verbieden de mogelijkheid dat er — ondanks alle controlemaatregelen — wel eens grondnoten met een te hoog aflatoxinegehalte worden verkocht. Indien hij dat risico onaanvaardbaar achtte, had hij de hele handel in dergelijke noten moeten verbieden. Het verbod tot het verkopen etc. van grondnoten met een te hoog gehalte aan aflatoxine komt erop neer dat zij die bij de handel betrokken zijn — onder strafbedreiging — verplicht worden om alle voorzorgsmaatregelen te nemen, die redelijkerwijs mogelijk zijn, om te voorkomen dat noten met een te hoog gehalte aan aflatoxine bij de consument komen. Hebben zij daaraan voldaan en ontbreekt de `minimale, nog juist strafrechtelijk relevante, maatschappelijke verwijtbaarheid' (...) dan gaan zij 'strafrechtelijk' vrijuit.'
De Hoge Raad volgde de AG en casseerde. Een verdachte kan immers geen verwijt worden gemaakt als hij (naar het oordeel van de feitenrechter) maximale zorg heeft betracht.