Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement
Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/9.4.9.4:9.4.9.4 Conditionele ongelijkheid
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/9.4.9.4
9.4.9.4 Conditionele ongelijkheid
Documentgegevens:
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192804:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie nr. 387 en 390.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
518. In hoofdstuk 7 signaleerde ik diverse typen akkoordvoorstellen die niet langs de meetlat van de homologatiecriteria gelegd kunnen worden.1 Niet alle elementen van een aanbod hebben immers effect op de waardering van het voorgestelde akkoordaanbod, terwijl zowel de best interests-test als de regel dat de reorganisatiewaarde conform de rangorde moet worden verdeeld uitsluitend op de (gelds)waarde van de vermogenstitel zijn gericht. Art. 384 lid 2 sub i Fw geeft de rechter de mogelijkheid om in de homologatiefase aandacht te besteden aan de vraag of het akkoordaanbod – los van de waarde ervan – redelijk is.