Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/8.2.2.3:8.2.2.3 Artikel 43 van de Zevende Richtlijn
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/8.2.2.3
8.2.2.3 Artikel 43 van de Zevende Richtlijn
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648852:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Regulation 16 sub 2 van de European Communities Regulations 1993.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op 13 juni 1983 werd de Zevende Richtlijn uitgevaardigd. De Zevende richtlijn bevatte een artikel waarbij artikel 57 van de Vierde Richtlijn werd gewijzigd. De authentieke Nederlandse tekst van artikel 43 van de Zevende Richtlijn luidt als volgt:
Artikel 43
Artikel 57 van Richtlijn 78/660/EEG wordt als volgt gelezen:
“ Artikel 57
Onverminderd de Richtlijnen 68/151/EEG en 77/91/EEG, behoeven de Lid-Staten de voorschriften van deze richtlijn betreffende de inhoud, de controle en de openbaarmaking van de jaarrekening niet toe te passen op onder hun nationale recht vallende vennootschappen die dochteronderneming zijn in de zin van Richtlijn 83/349/EEG, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
de moederonderneming valt onder het recht van een Lid-Staat;
alle aandeelhouders van de dochteronderneming hebben zich akkoord verklaard met de bovengenoemde vrijstelling; deze verklaring is voor ieder boekjaar vereist;
de moederonderneming heeft zich garant verklaard voor de door de dochteronderneming aangegane verplichtingen;
de verklaringen sub b) en c) worden door de dochteronderneming openbaar gemaakt op de wijze die in de wetgeving van de Lid-Staat overeenkomstig artikel 3 van Richtlijn 68/151/EEG is voorgeschreven;
de dochteronderneming wordt opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening die door de moederonderneming overeenkomstig Richtlijn 83/349/EEG wordt opgesteld;
van de sub b) bedoelde vrijstelling wordt melding gemaakt in de toelichting op de door de moederonderneming opgestelde geconsolideerde jaarrekening;
de sub e ) bedoelde geconsolideerde jaarrekening, het geconsolideerde jaarverslag en het verslag van de met de controle van deze jaarrekening belaste persoon worden door de dochteronderneming openbaar gemaakt op de wijze die in de wetgeving van de LidStaat overeenkomstig artikel 3 van Richtlijn 68/151/EEG is voorgeschreven.”.
De authentieke Engelse tekst van artikel 43 van de Zevende Richtlijn luidt als volgt:
Article 43
The following shall be substituted for Article 57 of Directive 78 / 660 / EEC:
“Article 57
Notwithstanding the provisions of Directives 68 / 151 / EEC and 77 / 91 / EEC, a Member State need not apply the provisions of this Directive concerning the content, auditing and publication of annual accounts to companies governed by their national laws which are subsidiary undertakings, as defined in Directive 83 / 349 / EEC, where the following conditions are fulfilled:
the parent undertaking must be subject to the laws of a Member State;
all shareholders or members of the subsidiary undertaking must have declared their agreement to the exemption from such obligation; this declaration must be made in respect of every financial year;
the parent undertaking must have declared that it guarantees the commitments entered into by the subsidiary undertaking;
the declarations referred to in (b) and (c) must be published by the subsidiary undertaking as laid down by the laws of the Member State in accordance with Article 3 of Directive 68 / 151 / EEC;
the subsidiary undertaking must be included in the consolidated accounts drawn up by the parent undertaking in accordance with Directive 83/349/EEC;
the above exemption must be disclosed in the notes on the consolidated accounts drawn up by the parent undertaking;
the consolidated accounts referred to in (e), the consolidated annual report, and the report by the person responsible for auditing those accounts must be published for the subsidiary undertaking as laid down by the laws of the Member State in accordance with Article 3 of Directive 68/151/EEC.”.
De authentieke Duitse tekst van artikel 43 van de Zevende Richtlijn luidt als volgt:
Artikel 43
Artikel 57 der Richtlinie 78 /660/ EWG erhält folgende Fassung:
„Artikel 57
Unbeschadet der Richtlinien 68/151/EWG und 77/91/EWG brauchen die Mitgliedstaaten die Bestimmungen der vorliegenden Richtlinie über den Inhalt, die Prüfung und die Offenlegung des Jahresabschlusses nicht auf Gesellschaften anzuwenden, die ihrem Recht unterliegen und Tochterunternehmen im Sinne der Richtlinie 83/349/EWG sind, sofern folgende
Voraussetzungen erfüllt sind:
das Mutterunternehmen unterliegt dem Recht eines Mitgliedstaats;
alle Aktionäre oder Gesellschafter des Tochterunternehmens haben sich mit der bezeichneten Befreiung einverstanden erklärt; diese Erklärung muß für jedes Geschäftsjahr abgegeben werden;
das Mutterunternehmen hat sich bereit erklärt, für die von dem Tochterunternehmen eingegangenen Verpflichtungen einzustehen;
die Erklärungen nach Buchstaben b ) und c) sind nach den in den Rechtsvorschriften der einzelnen Mitgliedstaaten vorgesehenen Verfahren gemäß Artikel 3 der Richtlinie 68 / 151 / EWG offenzulegen;
das Tochterunternehmen ist in den von dem Mutterunternehmen nach der Richtlinie 83/349/EWG aufgestellten konsolidierten Jahresabschluß einbezogen;
die bezeichnete Befreiung wird im Anhang des von dem Mutterunternehmen aufgestellten konsolidierten Abschlusses angegeben;
der unter Buchstabe e) bezeichnete konsolidierte Abschluß, der konsolidierte Lagebericht sowie der Bericht der mit der Prüfung beauftragten Person werden für das Tochterunternehmen nach den in den Rechtsvorschriften der einzelnen Mitgliedstaaten vorgesehenen Verfahren gemäß Artikel 3 der Richtlinie 68/151/EWG offengelegt.”
De authentieke Franse tekst van artikel 43 van de Zevende Richtlijn luidt als volgt:
Article 43
L’article 57 de la directive 78 / 660 / CEE est remplacé par les dispositions suivantes:
«Article 57
Sans préjudice des directives 68 / 151 / CEE et 77/91/CEE, les États membres peuvent ne pas appliquer aux sociétés relevant de leur droit national qui sont des entreprises filiales au sens de la directive 83/349/CEE les dispositions de la présente directive relatives au contenu, au contrôle ainsi qu’à la publicité des comptes annuels si les conditions suivantes sont remplies:
l’entreprise mère relève du droit d’un État membre;
tous les actionnaires ou associés de l’entreprise filiale se sont déclarés d’accord sur l’exemption indiquée ci-avant; cette déclaration est requise pour chaque exercice;
l’entreprise mère s’est déclarée garante des engagements pris par l’entreprise filiale;
les déclarations visées aux points b ) et c) font l’objet d’une publicité de la part de l’entreprise filiale selon les modes prévus par la législation de l’Etat membre conformément à l’article 3 de la directive 68/151/CEE;
l’entreprise filiale est incluse dans les comptes consolidés établis par l’entreprise mère conformément à la directive 83/349/CEE;
l’exemption indiquée ci-avant est mentionnée dans l’annexe des comptes consolidés établis par l’entreprise mère;
les comptes consolidés visés au point e), le rapport consolidé de gestion et le rapport de la personne chargée du contrôle de ces comptes font l’objet d’une publicité de la part de l’entreprise filiale selon les modes prévus par la législation de l’État membre conformément à l’article 3 de la directive 68/151/CEE.»
In 1993 werd in aanvulling hierop bepaald dat de groepsvrijstelling ook mag worden toegepast op partnerships.1
Met de invoering van artikel 57 Zevende Richtlijn werd een aantal begrippen van artikel 43 Vierde Richtlijn gewijzigd. Het begrip beheersende vennootschap werd gewijzigd in moederonderneming, het begrip afhankelijke vennootschap werd gewijzigd in dochteronderneming en het begrip concernjaarrekening werd gewijzigd in geconsolideerde jaarrekening. Het begrip concern is uit de bepaling geschrapt. De Nederlandse groepsvrijstellingsregeling was bij de invoering van artikel 57 Zevende Richtlijn opgenomen in artikel 2:343 BW en verhuisde een jaar later naar artikel 2:403 BW. De Nederlandse regeling hield het bij groepsrelatie, in plaats van een moeder-dochterrelatie. De terminologie garant verklaren voor aangegane verplichtingen bleef onveranderd. De Nederlandse wetgever hield het bij hoofdelijke aansprakelijkheid voor uit rechtshandelingen voortvloeiende schulden.