JWB 2006/1
Arbeidsovereenkomst, ontbinding, ontslag, nietigheid, executie, vonnis
HR 06-01-2006, ECLI:NL:PHR:2006:AU7499
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 januari 2006
- Zaaknummer
C04/298HR
- LJN
AU7499
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Burgerlijk procesrecht / Beslag en executie
Verbintenissenrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Eerste aanleg
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2006:AU7499, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 06‑01‑2006
ECLI:NL:PHR:2006:AU7499, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 06‑01‑2006
- Wetingang
Rv art. 236; Rv art. 438; art. 7:678 BW
Essentie
Arbeidsovereenkomst, ontbinding, ontslag, nietigheid, executie, vonnis
Samenvatting
Casus
De eiser tot cassatie is in dienst geweest bij de verweerster in cassatie. De verweerster in cassatie heeft de eiser tot cassatie op staande voet ontslagen. De Rechtbank heeft bij een vonnis bepaald dat het ontslag nietig is geweest en de verweerster in cassatie veroordeeld tot de betaling van het salaris over de periode tussen de dag van het ontslag en de dag dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd. De eiser tot cassatie heeft het in kracht van gewijsde gegane vonnis van de Rechtbank aan de verweerster in cassatie betekend en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.