RFR 2019/47
Huwelijksvermogensrecht. Welke leveringshandeling moet worden verricht, nadat de rechter de verdeling van een registergoed zelf heeft vastgesteld?
Hof Den Haag 06-11-2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:3063
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
6 november 2018
- Magistraten
Mrs. E.A. Mink, A.N. Labohm, A.H.N. Stollenwerck
- Zaaknummer
200.232.272/01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS29684:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Gemeenschap
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2018:3063, Uitspraak, Hof Den Haag, 06‑11‑2018
- Wetingang
Essentie
Overbedeling. Levering.
Welke leveringshandeling moet nog worden verricht, nadat de rechter de verdeling van een registergoed zelf heeft vastgesteld?
Samenvatting
Partijen zijn gewezen echtgenoten. In een eerdere uitspraak heeft het hof de verdeling van de gemeenschappelijke woning van partijen vastgesteld, waarbij deze woning aan de man is toegedeeld. Het hof heeft bepaald dat de man uit hoofde van deze verdeling een bedrag van € 35.153 aan de vrouw moet betalen. De woning is vervolgens niet aan de man geleverd. De vrouw vordert in een nieuwe procedure dat de man dit bedrag (alsnog) aan de vrouw voldoet, ook al heeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.