Rb. Rotterdam, 28-02-2011, nr. 10/632509-09
ECLI:NL:RBROT:2011:BP6099
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
28-02-2011
- Zaaknummer
10/632509-09
- LJN
BP6099
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBROT:2011:BP6099, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 28‑02‑2011; (Eerste aanleg - meervoudig)
- Vindplaatsen
Uitspraak 28‑02‑2011
Inhoudsindicatie
Vrijspraak van betogers tegen plaatsing C-2000 zendmast ter zake het niet voldoen aan een ambtelijk gegeven bevel (art. 184 Sr). Nu het handelen van de verdachte en zijn medeverdachten veeleer de kenmerken van een betoging bezat dan die van een samenscholing als bedoeld in art. 2.1.1 van de APV Rotterdam, kon de politie haar bevoegdheid niet baseren op die APV-bepaling. Op (het beeindigen van) een betoging is van toepassing de Wet Openbare Manifestaties. Die wet kent de bevoegdheid tot het beeindigen van een betoging toe aan de burgemeester en niet zelfstandig aan de politie. Van enige opdracht van de burgemeester is niet gebleken.
RECHTBANK ROTTERDAM
Sector strafrecht
Parketnummer: 10/632509-09
Datum uitspraak: 28 februari 2011
Tegenspraak
Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]
ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres [adres verdachte].
ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING
Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 14 februari 2011.
TENLASTELEGGING
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
EIS OFFICIER VAN JUSTITIE
De officier van justitie mr. Boender heeft gerekwireerd tot:
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
- schuldigverklaring zonder oplegging van straf.
MOTIVERING VRIJSPRAAK
Het ten laste gelegde is, anders dan door de officier van justitie is gevorderd, niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.
Het volgende wordt overwogen.
Op 9 juni 2009 heeft de verdachte samen met zijn medeverdachten gedemonstreerd tegen de plaatsing van een zendmast voor het C2000-netwerk. De verdachte en zijn medeverdachten hebben zich ter plaatse aan een hek of aan een hijskraan vastgemaakt. Door de politie zijn de verdachte en zijn medeverdachten gevorderd zich van het terrein te verwijderen. Nadat zij daar geen gevolg aan gaven heeft de politie hen aangehouden.
Ten laste is gelegd dat de verdachte niet heeft voldaan "aan een bevel of een vordering krachtens art. 2.1.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam (hierna: de APV), in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift gedaan door [verbalisant], inspecteur van politie Rotterdam-Rijnmond". In aanmerking genomen dat de tenlastelegging is toegespitst op overtreding van art. 184 Sr moet genoemde passage aldus worden verstaan dat van bedoeld bevel of van bedoelde vordering alleen sprake kan zijn indien dit bevel of deze vordering is gegeven krachtens een verbindend wettelijk voorschrift en in overeenstemming met een op dat wettelijk voorschrift berustende bevoegdheid.
Artikel 2.1.1 van de APV bepaalt dat het verboden is op de weg deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen, te vechten, of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden. De toelichting op deze bepaling stelt dat het onder omstandigheden denkbaar is dat een samenscholing het karakter heeft van een betoging. Gelet op de Wet openbare manifestaties (hierna: WOM) moeten dergelijke samenscholingen van de werking van artikel 2.1.1 van de APV worden uitgezonderd. Deze uitzondering is opgenomen in het vijfde lid van artikel 2.1.1 van de APV, dat bepaalt dat het artikel niet van toepassing is voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien bij of krachtens de WOM.
Gelet op alle stukken in het dossier, in het bijzonder het proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 juni 2009 opgemaakt door inspecteur van politie [verbalisant], en het verhandelde ter terechtzitting, is de rechtbank van oordeel dat de demonstratie die heeft plaatsgevonden veel meer de kenmerken had van een betoging als bedoeld in de WOM, dan van een samenscholing met wanordelijkheden als bedoeld in art. 2.1.1 van de APV. Ingevolge artikel 2 van de WOM voorziet die wet nadrukkelijk ook in maatregelen ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden ter gelegenheid van een betoging. Ter beëindiging van de bijeenkomst op 9 juni 2009 dan wel ter voorkoming van eventuele wanordelijkheden had dan ook het bepaalde in de WOM toepassing moeten krijgen en niet het bepaalde in de APV. Daaruit volgt dat niet bewezen kan worden dat het bevel door de politie krachtens artikel 2.1.1 van de APV Rotterdam is gegeven.
Het beëindigen van een betoging kan ingevolge artikel 7 van de WOM slechts in opdracht van de burgemeester. Zo’n opdracht moet uitdrukkelijk uit naam van de burgemeester worden gegeven; de ambtenaar die het bevel geeft behoeft daartoe een mandaat. Die bevoegdheid van de burgemeester kan niet worden uitgeoefend door een politieambtenaar als deze daartoe geen opdracht heeft gekregen van de burgemeester. Uit het dossier noch uit het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat de burgemeester een bevel heeft gegeven, of dat de politie daartoe een mandaat had. Derhalve kan evenmin worden bewezen dat enig ander wettelijk voorschrift ten grondslag heeft gelegen aan het bevel gegeven door de politie.
Nu de genoemde bestanddelen van de tenlastelegging niet bewezen kunnen worden dient de verdachte te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.
BESLISSING
De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. De Doelder, voorzitter,
en mrs. Mul en Everaars, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. Beukema, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 februari 2011.
De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage bij vonnis van 28 februari 2011:
TEKST TENLASTELEGGING
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 09 juni 2009 te Rotterdam opzettelijk niet heeft voldaan
aan een bevel of een vordering, krachtens artikel 2.1.1 van de Algemene
Plaatselijke Verordening Rotterdam, in elk geval krachtens enig wettelijk
voorschrift gedaan door [verbalisant], inspecteur van politie Rotterdam-Rijnmond,
die was belast met de uitoefening van enig toezicht en/of die was belast met
en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare
feiten, immers heeft verdachte toen en daar opzettelijk, nadat deze ambtenaar
hem had bevolen, althans van hem had gevorderd zich te verwijderen van de door
deze ambtenaar aangewezen plaats en/of in een door deze ambtenaar aangewezen
richting, geen gevolg gegeven aan dit bevel of die vordering;
Artikel 184 Wetboek van Strafrecht