V-N 2019/31.24.4
Niet aannemelijk gemaakt dat vermogensrendementsheffing buitensporige last vormt
HR 14-06-2019, ECLI:NL:HR:2019:914
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 juni 2019
- Zaaknummer
17/03482
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Vermogensrendementsheffing (box 3)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:914, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑06‑2019
- Wetingang
Essentie
Hof Den Haag oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat het door de wetgever voor langere tijd veronderstelde rendement van 4% voor particuliere beleggers niet meer haalbaar is. Ook maakt X niet aannemelijk dat particuliere beleggers worden geconfronteerd met een buitensporig zware last. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).
Samenvatting
X brengt de inspecteur er in 2013 van op de hoogte dat hij over buitenlands vermogen beschikt dat hij niet in zijn IB-aangiften heeft verantwoord. Naar aanleiding van de inkeerverklaring en de nader verstrekte gegevens, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.