Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/2.2.1:2.2.1 ‘Holistic concept of the firm’ versus ‘behavioral concept of the firm’
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/2.2.1
2.2.1 ‘Holistic concept of the firm’ versus ‘behavioral concept of the firm’
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS611429:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vooruitlopend op het Van der Steen-arrest was in Rechtbank Arnhem 10 augustus 2007, nr. AWB06/2390, V-N 2008/3.25, al beslist dat een dga geen belastingplichtige was, omdat hij niet zelfstandig economische activiteiten verricht.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Er bestaan verschillende economische theorieën over de kenmerken en de werking van de onderneming als organisatie. Daarbij bestaat er volgens Bouma en Van Helden (1994) niet één juiste theorie. Een omschrijving van het begrip ‘onderneming’ is namelijk afhankelijk van het doel waarvoor de onderzoeker dit begrip gaat gebruiken. In dit verband kunnen ruwweg twee zienswijzen worden onderscheiden, namelijk een ‘holistic concept of the firm’ en een ‘behavioral concept’.
Een voorbeeld van een ‘holistic concept’ van de onderneming kan worden gevonden in de neoklassieke prijstheorie. In deze theorie wordt de onderneming als een productiefunctie beschouwd. Als uitgangspunt geldt dat er binnen de onderneming een topmanagement centraal staat, dat wil zeggen, een persoon of groep van personen die krachtens eigendomsrechten of statutaire bepalingen in de onderneming een dominerende positie inneemt. De overige bedrijfsgenoten stellen zich volledig in dienst van het topmanagement. Voor de omschrijving van verbondenheid duidt dit op het belang van financiële en organisatorische verbondenheid.
Bouma, Feenstra en Huijgen merken op dat voor de management accounting en de interne-organisatieleer, het ‘behavioral concept’ een beter, genuanceerder beeld van de onderneming biedt dan het ‘holistic concept’.In HvJ EG 18 oktober 2007, nr. C-355/06 (J.A. van der Steen), V-N 2007/48.19, is beslist dat de diensten die een directeur-grootaandeelhouder (dga) op grond van een arbeidsovereenkomst verricht voor ‘zijn’ vennootschap, niet kunnen worden beschouwd als diensten voor de omzetbelasting.1 In dit opzicht is de dga niet te beschouwen als een ondernemer. Het arrest HR 26 april 2002, nr. 35 775, BNB 2002/ 275, waarin was beslist dat een dga zelfstandig is voor de omzetbelasting, moet hierdoor als achterhaald worden beschouwd. In de conclusie van 14 juni 2007 in de zaak Van der Steen heeft A-G Sharpston er overigens aan herinnerd dat een dga wel als een belastingplichtige kan worden beschouwd, indien deze andere economische activiteiten verricht die buiten de arbeidsovereenkomst vallen. Uitgangspunten voor het ‘holistic concept’ zijn bijvoorbeeld dat er onbegrensde rationaliteit heerst, en dat overeenkomsten en afspraken correct worden nagekomen. Voorts wordt verondersteld dat er geen intermenselijke problemen zijn, die voortkomen uit domheid, misverstand, onwil of gebrek aan motivatie, en dat informatie en communicatie kosteloos zijn. In het ‘behavioral concept of the firm’ wordt de onderneming als uitgangspunt genomen voor de verklaring van de interne gedragingen van de participanten. Overigens bestaan er verschillende ‘behavioral concepts’, zoals de opvattingen van Coase, de agentschaptheorie, en de theorie van de economische transactiekosten. In de hiernavolgende paragrafen zal worden ingegaan op deze stromingen.