Vastgoedtransacties in de Europese btw
Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/2.5:2.5 Conclusie
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/2.5
2.5 Conclusie
Documentgegevens:
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291676:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit onderzoek staat de vraag centraal hoe de behandeling van vastgoedtransacties in de Europese btw naar positief en wenselijk recht plaatsvindt. Het positieve recht dat het object van onderzoek vormt, is de Btw-richtlijn, (art. 13ter van) de Btw-uitvoeringsverordening en de uitleg daarvan door het Hof van Justitie. Dit positieve recht wordt in dit onderzoek op zijn wenselijkheid getoetst aan de hand van de wezenlijke kenmerken van de Europese btw: het beginsel van algemene heffing, het beginsel van de fiscale neutraliteit en haar rechtskarakter. Op grond van het beginsel van algemene heffing dient de btw zo algemeen en zo objectief mogelijk te worden geheven. Het beginsel van de fiscale neutraliteit eist dat dat op soortgelijke goederen of diensten dezelfde btw-druk rust, ongeacht de lengte van de productie- en distributieketen (de uitwendige of concurrentieneutraliteit) en dat de btw op de verworven goederen en diensten in beginsel onmiddellijk en volledig aftrekbaar moet zijn en dat de door de belastingplichtige verschuldigde btw (eenvoudig) moet kunnen worden afgewenteld op de afnemer (de inwendige neutraliteit). De concurrentieneutraliteit wordt in dit onderzoek waar nodig onderscheiden in de concurrentieneutraliteit binnen een lidstaat (interne neutraliteit) en de concurrentieneutraliteit tussen lidstaten (interneutraliteit). Op grond van het rechtskarakter van de btw is de consumptie van goederen en diensten door een eindverbruiker hetgeen wat belast zou moeten worden. Recht dat (zoveel als mogelijk) voldoet aan de wezenlijke kenmerken van de Europese btw, maar niet uitvoerbaar of niet duidelijk en ondubbelzinnig is, kan bezwaarlijk als wenselijk recht aangemerkt worden. Dit betekent dat het doelmatigheids- en/of het formele rechtszekerheidsbeginsel kan nopen tot een inbreuk op de wezenlijke kenmerken van de Europese btw. Bij een inbreuk op de wezenlijke kenmerken van de Europese btw zal waar dit relevant is dan ook worden nagegaan of daarvoor een (afdoende) rechtvaardiging bestaat op grond van het beginsel van doelmatigheid of het formele rechtszekerheidsbeginsel.