NJ 1964/10
Vordering tot schadevergoeding van twee erfgenamen op grond dat deze laatsten in gebreke zijn gebleven mede te werken aan transport van een door de erflater aan eisers verkocht onroerend goed. Verzette art. 492 Rv. zich tegen die medewerking?
HR 31-05-1963, ECLI:NL:HR:1963:91, m.nt. Prof. Mr. J.H. Beekhuis
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
31 mei 1963
- Magistraten
Mrs. Smits, de Jong, Wiarda, Houwing en Hülsmann
- Zaaknummer
[31051963/NJ_1964-10]
- Conclusie
Mr. Van Oosten
- Noot
Prof. Mr. J.H. Beekhuis
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS139882:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1963:91, Uitspraak, Hoge Raad, 31‑05‑1963
- Wetingang
(Rv art. 492.)
Essentie
Vordering tot schadevergoeding van twee erfgenamen op grond dat deze laatsten in gebreke zijn gebleven mede te werken aan transport van een door de erflater aan eisers verkocht onroerend goed. Verzette art. 492 Rv. zich tegen die medewerking?
Samenvatting
Krachtens een overeenkomst, waarbij de vader van partijen het ten processe bedoelde onroerend goed aan eisers verkocht, waren verweerders als erfgenamen van hun vader, ieder voor zijn aandeel, verplicht tot nakoming van deze overeenkomst door mede te werken aan transport van het goed.
Art. 492 Rv. verzet er zich niet tegen, dat verweerders aan de sommatie hiertoe van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.