Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen
Einde inhoudsopgave
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/6.1:6.1 Inleiding
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/6.1
6.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. T.J. Thurlings, datum 01-08-2017
- Datum
01-08-2017
- Auteur
mr. T.J. Thurlings
- JCDI
JCDI:ADS603354:1
- Vakgebied(en)
Energierecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Paragraaf 6.2 en 6.3 bevatten onderdelen die reeds eerder door mij zijn gepubliceerd, zie Thurlings 2016b.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit hoofdstuk behandelt de nationale rechtsbescherming tegen handelingen op grond van de implementatiewetgeving, waaronder bestuursrechtelijke besluiten genomen op grond van hoofdstuk 16 en hoofdstuk 18 Wm. De rechtsbescherming in het kader van de strafrechtelijke bepalingen ten aanzien van overtredingen van ETS-bepalingen blijft hier buiten beschouwing, dit proefschrift is immers bestuursrechtelijk van aard. De centrale vraag van dit hoofdstuk luidt:
Biedt de Nederlandse rechtsbescherming, vanuit EU-perspectief bezien, ten aanzien van ETS aangelegenheden voldoende waarborgen, en wordt het eigendomsrecht van (vliegtuig)exploitanten door de handel in emissierechten niet teveel beperkt?
Allereerst worden de EU-randvoorwaarden voor rechtsbescherming uiteengezet (paragraaf 6.2), vervolgens wordt behandeld of de Nederlandse rechtsbescherming ten aanzien van ETS besluiten in zijn algemeenheid conform het EU-recht is (paragraaf 6.3).1 Vervolgens wordt een aantal bestaande onduidelijkheden in de rechtsbescherming behandeld die samenhangen met de in hoofdstuk 5 beschreven bevoegdheden van de nationale administrateur (paragraaf 6.4). Ook komt de positie van derden bij rechtmatig genomen besluiten aan de orde (paragraaf 6.5). Verder worden de broeikasgasemissievergunning en emissierechten in het licht van het eigendomsrecht beschouwd (paragraaf 6.6). Daarna komen de toegang tot informatie (paragraaf 6.7) en de rechtsbescherming tegen de gefixeerde boete en naming & shaming (paragraaf 6.8) aan de orde. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een conclusie (paragraaf 6.9).