BNB 2020/139
Rechtvaardigingsgrond voor afzien van horen vooraf. Specifieke omstandigheden
HR 26-06-2020, ECLI:NL:HR:2020:1144, m.nt. J.A.R. van Eijsden
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 juni 2020
- Magistraten
Mrs. Koopman, Punt, Van Kalmthout, Van Hilten, Faase
- Zaaknummer
19/03226
- Noot
J.A.R. van Eijsden
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS230833:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Uitstel van betaling, kwijtschelding en verjaring
Douane (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑06‑2020
ECLI:NL:HR:2020:1144, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑06‑2020
- Wetingang
Europeesrechtelijk verdedigingsbeginsel
Essentie
Rechtvaardigingsgrond voor afzien van horen vooraf. Specifieke omstandigheden
Samenvatting
Voortzetting zaak HR, BNB 2018/37*.
Voor het Hof was na verwijzing in geschil of de Inspecteur het unierechtelijke verdedigingsbeginsel heeft geschonden.
Het Hof heeft geoordeeld dat het voor de uitvoering van de verwijzingsopdracht niet hoeft te treden in de door de Inspecteur na verwijzing aangevoerde rechtvaardigingsgronden om belanghebbende niet te horen. Het Hof heeft dit afgeleid uit HvJ EU, BNB 2018/58* (Prequ’Italia). Volgens het Hof volgt uit dat arrest dat het algemene belang dat de Europese Unie heeft, en met name het belang ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.