Gegevensbescherming in faillissement
Gegevensbescherming in faillissement (O&R nr. 136) 2023/1.4:1.4 Methode
Gegevensbescherming in faillissement (O&R nr. 136) 2023/1.4
1.4 Methode
Documentgegevens:
mr. M.D. Reijneveld, datum 01-08-2022
- Datum
01-08-2022
- Auteur
mr. M.D. Reijneveld
- JCDI
JCDI:ADS675699:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Snel 2016, p. 12-13.
Van Gestel & Micklitz 2014, p. 309-310.
INSOLAD Praktijkregels voor Curatoren 2019.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het uitgevoerde onderzoek is vooral juridisch-dogmatisch ingestoken. Ik beschrijf en analyseer in mijn onderzoek het geldende recht. Daarnaast bespreek ik kritisch op welke wijze de implementatie van de AVG in de faillissementspraktijk wordt uitgevoerd en welke keuzes de wetgever daarbij heeft gemaakt. Ik breng de geldende juridische situatie in beeld en geef waar mogelijk en passend suggesties voor aanvulling, interpretatie of aanpassing. Mijn voornaamste doel is om nieuwe ontwikkelingen in Europese wetgeving te passen in het nationale systeem.1
De belangrijkste bronnen voor mijn onderzoek zijn de Nederlandse en Europese wetgeving op het terrein van het insolventie- en gegevensbeschermingsrecht, de wetsgeschiedenis en parlementaire stukken die zien op de totstandkoming van verschillende wetten op het gebied van het insolventie- en gegevensbeschermingsrecht, jurisprudentie van nationale rechters, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Hof van Justitie van de Europese Unie, commentaren van zowel toezichthoudende organen als wetenschappers en wetenschappelijke literatuur. In mijn onderzoek heb ik zowel rechtspraak van de burgerlijke rechter als de bestuursrechter betrokkenen.
Een juridisch-dogmatisch onderzoek wordt vaak gecombineerd met andere onderzoeksmethoden.2 Naast juridisch-dogmatisch onderzoek heb ik voor bepaalde artikelen gebruik gemaakt van empirische onderzoeksmethoden. Zo heb ik feitelijke gegevens uit faillissementsverslagen verzameld en geanalyseerd voor mijn artikel over persoonsgegevens in openbare faillissementsverslagen. In de betreffende hoofdstukken ga ik verder in op de specifieke gehanteerde methodes.
Daarnaast heb ik gebruik gemaakt van rechtsvergelijkende inzichten om verduidelijking te zoeken over bepaalde aspecten uit de AVG. Hierbij heb ik vooral gekeken naar de verschillende interpretaties van de AVG in de lidstaten van de Europese Unie. Ik heb mij veelal beperkt tot Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk (voor Brexit). De toezichthouders in deze landen zijn zeer actief en hebben aandacht besteed aan de rol van de AVG in faillissement of gezaghebbende interpretaties uitgevaardigd over onderdelen van de AVG. Een systematisch rechtsvergelijkend onderzoek naar de implementatie van de AVG in faillissement in alle lidstaten is achterwege gebleven. Het doel van het rechtsvergelijkend onderzoek was om te analyseren hoe bepalingen uit de AVG in verschillende lidstaten worden uitgelegd.
In mijn onderzoek kijk ik naar de positie van de curator binnen het gegevensbeschermingsrecht bij het faillissement van een Nederlandse onderneming. Faillissementen van natuurlijke personen zijn buiten beschouwing gelaten. Ook op de pre-pack en de WHOA ga ik niet gedetailleerd in. Enkele van mijn conclusies kunnen evenwel ook worden toegepast op andere (faillissements-)procedures.
De centrale figuur in het onderzoek is de curator. Gedurende het hele onderzoek heeft zijn handelen centraal gestaan. Andere partijen die tijdens faillissement ook persoonsgegevens kunnen verwerken, zoals de bank, het UWV, de (oud-)bestuurders van de failliete onderneming of schuldeisers, worden niet betrokken.
Mijn onderzoek richt zich daarmee op en tot de curator en de faillissementspraktijk. De uitkomsten van mijn onderzoek zijn ook voornamelijk bruikbaar in de faillissementspraktijk. Ik geef in mijn onderzoek aanbevelingen voor curatoren, de beroepsvereniging voor curatoren (INSOLAD) en het landelijk overlegorgaan van rechters-commissarissen in faillissementen en surseances van betaling (Recofa). Waar relevant richt ik mij ook tot de wetgever.
In mijn onderzoek sluit ik aan bij het geldende recht. Ik hanteer daarbij als uitgangspunt dat de op de Faillissementswet gestoelde faillissementspraktijk in lijn dient te worden gebracht met de Europeesrechtelijke verordening. Ik beantwoord dan ook steeds de vraag of de huidige faillissementspraktijk en Faillissementswet in lijn zijn met de AVG en op welke manieren dit verbeterd kan worden. Hierbij kunnen suggesties onder meer zijn om de wet of INSOLAD Praktijkregels3 aan te passen, of om bepaalde standaardpraktijken te wijzigen. Ik doe expliciet geen suggesties om de AVG aan te passen. Hoewel op de AVG de nodige kritiek kan worden geleverd, maakt dit geen onderdeel uit van mijn onderzoek.