JWB 2017/33
Effectenlease
HR 03-02-2017, ECLI:NL:HR:2017:164
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
3 februari 2017
- Zaaknummer
16/03355
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Verbintenissenrecht (V)
Financieel recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2017:164, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 03‑02‑2017
ECLI:NL:PHR:2016:1073, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 28‑10‑2016
- Wetingang
Art. 392 Rv
Essentie
Effectenlease
Samenvatting
Casus
De door de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam voorgelegde vragen zijn een vervolg op de in HR 20 april 2011 behandelde vraag naar de toerekening van het voordeel uit een eerdere effectenleaseovereenkomst met de schade die is geleden als gevolg van een later gesloten effectenleaseovereenkomst. De vragen betreffen gevallen waarin geen sprake is van een onaanvaardbaar zware financiële last als bedoeld in de rechtspraak van de Hoge Raad over effectenleasezaken. In dergelijke gevallen komt in beginsel op grond van art. 6:101 BW de schade bestaande uit de verschuldigde termijnen volledig voor rekening van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.