NJ 2024/285
Verordening Brussel I-bis. Alternatieve bevoegdheid inzake verbintenissen uit onrechtmatige daad (art. 7, punt 2); vordering ingesteld door moederonderneming tot vergoeding van schade als gevolg van mededingsverstorend gedrag die uitsluitend is geleden door dochterondernemingen; plaats waar de schade is geleden.
HvJ EU 04-07-2024, ECLI:EU:C:2024:578 (MOL)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
4 juli 2024
- Magistraten
E. Regan, K. Lenaerts, M. Ilešič, I. Jarukaitis, D. Gratsias
- Zaaknummer
C-425/22
- Conclusie
A-G N. Emiliou
- Noot
Red. Aant.
- Roepnaam
MOL
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS981671:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2024:578, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 04‑07‑2024
ECLI:EU:C:2024:131, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie, 08‑02‑2024
- Wetingang
Art. 7 Verordening (EU) nr. 1215/2012 (Verordening Brussel I-bis)
Essentie
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 267 VWEU, ingediend door de Kúria (hoogste rechterlijke instantie, Hongarije) bij beslissing van 7 juni 2022.
Verordening Brussel I-bis. Alternatieve bevoegdheid inzake verbintenissen uit onrechtmatige daad (art. 7, punt 2); vordering ingesteld door moederonderneming tot vergoeding van schade als gevolg van mededingsverstorend gedrag die uitsluitend is geleden door dochterondernemingen; plaats waar de schade is geleden.
Samenvatting
Art. 7 punt 2 Verordening Brussel I-bis moet aldus worden uitgelegd dat het begrip ‘plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan’ niet mede ziet op de maatschappelijke zetel ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.