NJB 2022/1774
Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over de strafoplegging, art. 359 lid 2, tweede volzin, Sv: in het Nederlandse strafrecht heeft de feitenrechter een ruime straftoemetingsvrijheid. Mede gelet op de veelheid aan factoren die van belang (kunnen) zijn bij de keuze van de strafsoort en het bepalen van de hoogte van de straf kan de feitenrechter daarbij slechts tot op zekere hoogte inzicht verschaffen in en uitleg geven over de afwegingen die ten grondslag liggen aan zijn straftoemetingsbeslissing. Het in art. 359 lid 2 Sv neergelegde motiveringsvoorschrift heeft zelfstandige betekenis naast de motiveringsvereisten in art. 359 leden 5 en 6 Sv. Het voorschrift in het tweede lid brengt met zich dat de rechter zijn beslissing over de strafoplegging nader moet motiveren als die beslissing afwijkt van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van de verdediging of het openbaar ministerie. De Hoge Raad zet uiteen waarom hij zich hierbij terughoudend opstelt en noemt gevallen waarin uit art. 359 lid 2 Sv nadere eisen aan de strafmotivering voortvloeien. In casu heeft het hof toereikend tot uitdrukking gebracht waarom niet een kortere gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest moest worden opgelegd, en dat de door de verdediging voor zijn standpunt aangevoerde gronden niet opwogen tegen de door het hof genoemde gronden voor de opgelegde straf. A-G: anders.
HR 05-07-2022, ECLI:NL:HR:2022:975
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
5 juli 2022
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, Y. Buruma, M.J. Borgers, J.C.A.M. Claassens, A.E.M. Röttgering
- Zaaknummer
19/01394
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:975, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 05‑07‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:271, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 22‑03‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 02‑09‑2021
- Wetingang
(art. 359 Sv)
Essentie
Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over de strafoplegging, art. 359 lid 2, tweede volzin, Sv: in het Nederlandse strafrecht heeft de feitenrechter een ruime straftoemetingsvrijheid. Mede gelet op de veelheid aan factoren die van belang (kunnen) zijn bij de keuze van de strafsoort en het bepalen van de hoogte van de straf kan de feitenrechter daarbij slechts tot op zekere hoogte inzicht verschaffen in en uitleg geven over de afwegingen die ten grondslag liggen aan zijn straftoemetingsbeslissing. Het in art. 359 lid 2 Sv neergelegde motiveringsvoorschrift heeft zelfstandige betekenis naast de motiveringsvereisten in art. 359 leden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.