HR, 06-02-2024, nr. 23/00246
ECLI:NL:HR:2024:173
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
06-02-2024
- Zaaknummer
23/00246
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2024:173, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑02‑2024; (Artikel 81 RO-zaken, Cassatie)
In cassatie op: ECLI:NL:GHARL:2023:348
- Vindplaatsen
Uitspraak 06‑02‑2024
Inhoudsindicatie
Medeplegen mensenhandel door 17-jarige te bewegen zich beschikbaar te stellen voor prostitutie, meermalen gepleegd (273f.1.5 Sr) en vervaardigen kinderporno (240b.1 Sr). 1. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. betrouwbaarheid verklaringen van aangeefster, art. 359.2 Sv. 2. Redelijke termijn in hoger beroep. Kon hof volstaan met vermindering van op te leggen gevangenisstraf met 2 maanden? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/00401, 22/00519 en 23/00231.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/00246
Datum 6 februari 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 januari 2023, nummer 21-007073-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben J. Kuijper en D.W.E. Sternfeld, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2. Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 februari 2024.