Verrekening door de fiscus
Einde inhoudsopgave
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/5.7.2:5.7.2 Nationale Ombudsman 22 augustus 2008: uitstel van betaling door de ontvanger onder voorwaarde van een machtiging aan de ontvanger om tot verrekening over te gaan
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/5.7.2
5.7.2 Nationale Ombudsman 22 augustus 2008: uitstel van betaling door de ontvanger onder voorwaarde van een machtiging aan de ontvanger om tot verrekening over te gaan
Documentgegevens:
Mr. A.J. Tekstra, datum 26-04-2011
- Datum
26-04-2011
- Auteur
Mr. A.J. Tekstra
- JCDI
JCDI:ADS605999:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Invordering / Verrekening
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 5.8.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De directeur tevens groot aandeelhouder van een B.V. ontving aan aanzienlijke naheffingsaanslag omzetbelasting. Hij vroeg de fiscus om uitstel van betaling. De ontvanger verleende dit betalingsuitstel onder de voorwaarde van betaling ineens van een bedrag van € 15.000 en van het verlenen van een machtiging aan de ontvanger om teruggaven omzetbelasting aan de B.V. te verrekenen met de genoemde naheffingsaanslag. Aan deze beide voorwaarden werd voldaan. De ontvanger verrekende vervolgens echter een aanzienlijke teruggaaf omzetbelasting aan de B.V. met een kort daarop aan de B.V. opgelegde naheffingsaanslag omzetbelasting. Kort daarop werd het faillissement van de B.V. uitgesproken. De fiscus stelde vast dat de afgegeven machtiging daarmee was komen te vervallen en trok het verleende betalingsuitstel in.
De directeur-grootaandeelhouder klaagde er bij de Ombudsman over dat de belastingdienst de teruggaaf aan de B.V. te traag had vastgesteld, waardoor deze niet met de naheffingsaanslag van de directeur kon worden verrekend. Hij stelde dat de belastingdienst had gehandeld in strijd met de overeenkomst waarin het uitstel van betaling en de daarbij geldende voorwaarden waren overeengekomen. De Ombudsman overweegt dat het verlenen van uitstel van betaling een publiekrechtelijke rechtshandeling is en dat van een specifieke overeenkomst geen sprake is. Volgens de Ombudsman heeft de belastingdienst redelijk gehandeld door de teruggaaf aan de B.V. te verrekenen met een schuld van de B.V. en niet van de directeur. De behandelingsduur van de teruggaaf aan de B.V. is volgens de Ombudsman niet van belang omdat de belastingdienst vooraf niet op de hoogte was van de betalingsonmacht of het naderende faillissement. Deze beslissing van de Ombudsman komt hierna nogmaals aan de orde, bij het onderwerp contractuele verrekening.1