RCR 2018/24
Wettelijke handelsrente. Welke geldelijke verplichtingen vallen onder de reikwijdte van art. 6:119a BW?
HR 08-12-2017, ECLI:NL:HR:2017:3106
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 december 2017
- Magistraten
Mrs. C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, C.E. du Perron, M.J. Kroeze
- Zaaknummer
16/02777
- Conclusie
A-G mr. R.H. de Bock
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS928402:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2017:3106, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑12‑2017
ECLI:NL:PHR:2017:888, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑07‑2017
- Wetingang
Essentie
Wettelijke handelsrente. Handelsovereenkomst.
Welke geldelijke verplichtingen vallen onder de reikwijdte van art. 6:119a BW?
Samenvatting
Verweerder is aandeelhouder en bestuurder van vennootschap B, een forellenkwekerij en rokerij in Turkije. Eiseres is afnemer van gerookte forellen van vennootschap B. Tussen partijen zijn daartoe verschillende overeenkomsten gesloten. Partijen stellen over en weer dat de andere partij tekort is geschoten in de nakoming van verschillende overeenkomsten. De vorderingen die partijen daarop baseren worden door de rechtbank en het hof deels toegewezen. Dit betreffen onder meer vorderingen tot betaling van schadevergoeding en vorderingen tot nakoming van de overeenkomsten.
Voor ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.