Gst. 2019/66
Criterium in Horecaverordening dat leidinggevende horecabedrijf ‘niet in enig opzicht van slechts levensgedrag’ mag zijn mogelijk in strijd met Dienstenrichtlijn. Keerpunt in jurisprudentie? Gevolgen voor gemeentelijke praktijk? (Utrecht)
Rb. Midden-Nederland 14-12-2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:6217, m.nt. W.P. Adriaanse
- Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
- Datum
14 december 2018
- Magistraten
Mr. O. Veldman
- Zaaknummer
UTR 18/4020
- Noot
W.P. Adriaanse
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS46608:1
- Vakgebied(en)
Horecarecht / Exploitatievergunning (APV)
EU-recht / Algemeen
Horecarecht / Horeca-inrichting
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBMNE:2018:6217, Uitspraak, Rechtbank Midden-Nederland, 14‑12‑2018
- Wetingang
(Art. 2 lid 1 en 2, 4 lid 1, 2, 5 en 8, art. 8, art. 9 en 10 Dienstenrichtlijn; art. 27 lid 1 aanhef en onder a, 31 lid 1 aanhef en onder b, 35 lid 1 aanhef en onder b Dhw; art. 30b lid 1 Wok; Besluit eisen zedelijk gedrag Dhw 1999. Gemeentelijke verordeningen)
Essentie
Criterium in Horecaverordening dat leidinggevende horecabedrijf ‘niet in enig opzicht van slechts levensgedrag’ mag zijn mogelijk in strijd met Dienstenrichtlijn. Keerpunt in jurisprudentie? Gevolgen voor gemeentelijke praktijk? (Utrecht)
Samenvatting
De voorzieningenrechter stelt vast dat de Dienstenrichtlijn van toepassing is op de situatie van verzoekster. Verzoekster kan een rechtstreeks beroep kan doen op art. 9 en 10 van de Dienstenrichtlijn.
Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt dat voor een dienstverrichter duidelijk moet zijn onder welke omstandigheden aan een bepaalde vergunningsvoorwaarde is voldaan om ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.