Conversie en aandelen
Einde inhoudsopgave
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/18.3:18.3 Notarieel tuchtrecht en aansprakelijkheid van de notaris
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/18.3
18.3 Notarieel tuchtrecht en aansprakelijkheid van de notaris
Documentgegevens:
mr. P.H.N. Quist, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. P.H.N. Quist
- JCDI
JCDI:ADS365777:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Een kamer voor het notariaat bestaat uit vijf leden: een voorzitter die president is van de betreffende rechtbank en vier leden. Voorts kent een kamer ten minste twee plaatsvervangende voorzitters (94 lid 4 en 5 Wna). De wet heeft de samenstelling van de kamers aldus geregeld dat de meerderheid van de leden, drie van de vijf, niet uit het notariaat afkomstig zijn (94 lid 6 en 7 Wna). Zie hierover uitgebreid Melis/Waaijer 2012, p. 443 e.v.
Quist 2008, p. 829-832.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De notaris is onderworpen aan notarieel tuchtrecht, waarmee in eerste aanleg de kamers voor het notariaat belast zijn (94 lid 1 Wna). Een klacht is eenvoudig in te dienen en de procedure is kosteloos. Bijstand door een advocaat of andere adviseur is toegestaan maar niet verplicht. De drempel om een klacht in te dienen is dus laag en dat hoort naar ik meen ook zo te zijn. Reageren op een klacht, hoe onzinnig ook, is voor een notaris tijdrovend en een klacht, hoe ongefundeerd deze wellicht ook kan zijn, heeft een zekere nuisance value. Het dreigen met een klacht is daarmee een eenvoudig toepasbaar drukmiddel om te proberen de notaris zich te laten voegen naar de wensen van de betreffende partij. Niet in de laatste plaats overigens omdat de uitkomst van een klachtprocedure uiteindelijk lastig is te voorspellen. De door de kamer voor het notariaat bij toewijzing van de klacht op te leggen maatregelen kunnen variëren van een waarschuwing tot ontzetting uit het ambt (103 lid 1 Wna). Daarbij wordt in de praktijk een toegewezen klacht vaak gebruikt als startpunt voor een aansprakelijkheidsprocedure. De notaris heeft immers een beroepsaansprakelijkheidsverzekering en is daarmee een aantrekkelijk doelwit. Met de ‘hindside bias’ die inherent is aan een oordeel achteraf over de door de notaris vooraf gemaakte afweging, is het vaak eenvoudiger om te beoordelen waarin diens afweging had dienen te resulteren. Toewijzing van een klacht en oplegging van een maatregel leiden echter niet automatisch tot aansprakelijkheid van de notaris. Ik verwijs naar het behandelde in de vorige paragraaf.
Tuchtrecht wordt door het publiek wel gezien als een onderonsje van beroepsbeoefenaren die elkaar de hand boven het hoofd houden. Dit beeld is, meen ik, onjuist. Niet alleen zijn er anderen dan notarissen bij de tuchtrechtspraak betrokken (de minderheid van de leden van een kamer voor het notariaat is afkomstig uit het notariaat),1 de maatregelen die worden opgelegd zijn soms ingrijpend. Weliswaar wordt een klacht door notarissen misschien niet meer zo diskwalificerend ervaren als vroeger, een notaris zal indiening van een klacht waar het in zijn mogelijkheden ligt proberen te vermijden. Dit betekent niet dat hij bij voorbaat zal zwichten voor de druk, maar dat hij in plaats daarvan zijn positie zal proberen te verklaren, hetgeen zeker bij buitenlandse partijen vaak niet eenvoudig is. Waar dit niet tot begrip leidt, althans niet tot vermindering van de klachtdreiging, zal de notaris zijn afweging moeten maken, ongeacht de dreiging van de klacht. Beroepsaansprakelijkheidsprocedures worden ten behoeve van de notaris veelal gevoerd door de advocaten van de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar, in samenspraak met de notaris. Zeker in internationale verhoudingen kan een beroepsaansprakelijkheid het verzekerde bedrag ver te boven gaan. De notaris zal dit nopen zijn afweging zeer zorgvuldig te maken, maar hij kan zich, evenmin als door een dreigende klachtprocedure, niet door een dreigende aansprakelijkstelling laten leiden. Het notarisambt is niet voor wankelmoedigen.2