RCR 2024/21
Depotovereenkomst. Wie heeft recht op in depot gestorte restantopbrengst?
HR 22-12-2023, ECLI:NL:HR:2023:1805
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 december 2023
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma
- Zaaknummer
22/03699
- Conclusie
A-G mr. S.D. Lindenbergh
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS957005:1
- Vakgebied(en)
Juridische beroepen / Notaris
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1805, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑12‑2023
- Wetingang
Art. 6:248 BW
Essentie
Depotovereenkomst. Uitleg.
Wie heeft recht op in depot gestorte restantopbrengst?
Samenvatting
Eiser 1 was bestuurder van Triskalion. Eiser 1 en eiseres 2 zijn echtgenoten. NN heeft leningen verstrekt aan eiser 1, eiseres 2, en Triskalion. Daarbij heeft NN een eerste, tweede en derde hypotheekrecht verkregen op een pand. Verder waren de aanspraken van eiser 1 uit hoofde van diverse verzekeringen verpand aan NN. Ook ABN AMRO heeft leningen verstrekt aan Triskalion. ABN AMRO heeft ten behoeve daarvan een vierde hypotheekrecht op het pand verkregen. Een gedeelte van het vermogen van ABN AMRO is overgegaan op Stack. Triskalion en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.