Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/9.6.2:9.6.2 De toepassing van de zuivere capital allocation benadering op een vaste inrichting
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/9.6.2
9.6.2 De toepassing van de zuivere capital allocation benadering op een vaste inrichting
Documentgegevens:
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS304364:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Deelnemingsvrijstelling
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De zuivere capital allocation benadering kan van toepassing zijn op een Nederlandse vaste inrichting van een buitenlands belastingplichtige. Daarbij is de balans van de vaste inrichting het uitgangspunt. Art. 7 OESO-modelverdrag kan, naar het mij voorkomt, niet de toepassing verhinderen van deze benadering. Zij heeft namelijk niet specifiek betrekking op de toerekening van financieringslasten tussen de vaste inrichting en het hoofdhuis maar op de verdeling van financieringslasten binnen een concern.
Wanneer een binnenlands belastingplichtig lichaam winst behaalt door middel van een buitenlandse vaste inrichting wordt voorkoming van dubbele belasting verleend. De zuivere capital allocation benadering kan dan van toepassing zijn bij het bepalen van de winst van een buitenlandse vaste inrichting. Als uitgangspunt geldt immers dat zij zelfstandig wordt toegepast bij de berekening van de voorkomingswinst.
In het thans geldende art. 10d, lid 9, is bepaald dat de uitzondering, op grond waarvan de regeling niet van toepassing is als de belastingplichtige geen onderdeel uitmaakt van een groep, niet van toepassing is bij de berekening van de voorkoming. Een buitenlandse vaste inrichting wordt dus voor de berekening van de voorkomingswinst altijd geacht tot een groep te behoren. In de alternatieve benaderingen wordt deze bepaling niet overgenomen omdat zij overbodig is.
Het thans geldende art. 10d, lid 10, Wet VPB 1969 beoogt te voorkomen dat de rente die niet aftrekbaar is bij de berekening van de voorkoming hoger is dan bij de berekening van de wereldwinst. Zoals is opgemerkt in paragraaf 9.5.4.5 brengt het plafond met zich dat de niet aftrekbare rente voor de toepassing van de voorkoming lager is dan de niet-aftrekbare rente die in aanmerking zou zijn genomen wanneer in het vaste-inrichtingland de Nederlandse regeling tegen onderkapitalisatie had gegolden. Aangezien het naar mijn mening wenselijk is dat de belastingwetgeving intern consistent is, wordt in de alternatieve benadering niet voorzien in een plafond.