WR 2017/124
Woonruimte – onderhuur – ontbinding en ontruiming: onderverhuur via Airbnb van sociale woning; onderhuurverbod; huurster behoudt hoofdverblijf; commerciële activiteit; precedentwerking; in casu geen ontbinding; winstafdracht (hoger beroep van WR 2016/48)
Hof Den Haag 09-05-2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1361
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
9 mei 2017
- Magistraten
Mrs. A. Dupain, M.A.F. Tan-de Sonnaville, H.J.M. Burg
- Zaaknummer
200.184.636/01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Huurrecht / Huur van woonruimte
Huurrecht / Verplichtingen huurder en verhuurder
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2017:2197, Uitspraak, Hof Den Haag, 15‑08‑2017
ECLI:NL:GHDHA:2017:1361, Uitspraak, Hof Den Haag, 09‑05‑2017
- Wetingang
(art. 7:244, 6:265 en 6:104 BW)
Essentie
Woonruimte – onderhuur – ontbinding en ontruiming: onderverhuur via Airbnb van sociale woning; onderhuurverbod; huurster behoudt hoofdverblijf; commerciële activiteit; precedentwerking; in casu geen ontbinding; winstafdracht (hoger beroep vanWR 2016/48)
Samenvatting
Het onderhuurverbod in de algemene voorwaarden kan volgens het hof niet anders worden uitgelegd dan dat het verhuren van de woning, geheel of gedeeltelijk, aan derden is verboden zonder schriftelijke toestemming van verhuurster. Daarbij is geen onderscheid gemaakt tussen de wijze van verhuren, de duur van de verhuur of de doelgroep waaraan verhuurd wordt; er is sprake van een algeheel verbod. Dat partijen toentertijd ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.