NJFS 2022/269
Voor doden hond van een ander moet vernieling tenlastegelegd worden en niet art. 2:10 Wet Dieren.
Hof Den Haag 02-03-2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:321
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
2 maart 2022
- Magistraten
Mrs. Chr.A. Baardman, C.M. Derijks, J.W. van den Hurk
- Zaaknummer
2200323219
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2022:321, Uitspraak, Hof Den Haag, 02‑03‑2022
- Wetingang
Essentie
Vernieling. Nu verdachte wordt verdacht van het doden van de hond van zijn buurman had vernieling tenlastegelegd moeten worden en niet art. 1.10 Wet Dieren.
Samenvatting
Verdachte wordt vervolgd voor het doden van de hond van zijn buurman. Nu de Richtlijn voor strafvordering dierenmishandeling en dierenverwaarlozing bepaalt dat bij het doden van een gehouden dier art. 2.10 Wet Dieren van toepassing is en bij het doden van een dier van een ander art. 350 lid 2 Sr, had niet art. 2.10 Wet Dieren tenlastegelegd moeten worden maar art. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.