Einde inhoudsopgave
Circulaire Huursubsidiewet en Vangnetregeling
Bijlage 1 bijzondere situaties verblijfstatus en GBA-codes
Geldend
Geldend vanaf 01-07-2004
- Bronpublicatie:
25-06-2004, Internet 2004, www.vrom.nl (uitgifte: 25-06-2004, regelingnummer: MG2004-10)
- Inwerkingtreding
01-07-2004
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
25-06-2004, Internet 2004, www.vrom.nl (uitgifte: 25-06-2004, regelingnummer: MG2004-10)
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Huurtoeslag
EU/EER onderdanen (code 28, 29, 30, 36, 37 of 38)1.
De EU/EER-onderdaan is niet verplicht een verblijfsdocument aan te vragen. Als hij een beroep wil doen op de publieke middelen, zoals huursubsidie, moet hij echter wél een bewijs van rechtmatig verblijf aanvragen bij de gemeente van de woonplaats waarin hij verblijft of gaat verblijven. Vreemdelingen met de nationaliteit van Zwitserland worden met gemeenschapsonderdanen gelijk gesteld, indien zij in Nederland verblijven op grond van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat.
Gemeenschapsonderdanen mogen zich in beginsel in Nederland vestigen als ze voldoen aan een aantal specifieke voorwaarden. De drie voorwaarden die voor iedereen gelden zijn: de persoon moet beschikken over een geldig paspoort of identiteitsbewijs, een ziektekostenverzekering afsluiten die alle risico's in Nederland dekt, én aantonen dat hij beschikt over voldoende middelen van bestaan. Alleen de laatstgenoemde voorwaarde geldt niet voor EU-studenten. EU-studenten kunnen volstaan met een eigen verklaring over de bestaansmiddelen; daarnaast moeten studenten bewijzen dat zij als student zijn ingeschreven bij een onderwijsinstelling. Wanneer wordt voldaan aan de drie algemene voorwaarden, kan het rechtmatig verblijf toch worden geweigerd of beëindigd indien de persoon een actuele bedreiging van de openbare orde of nationale veiligheid, dat wil zeggen een werkelijk en voldoende gevaar, vormt voor de fundamentele belangen van de maatschappij.
Een gemeenschapsonderdaan die voldoet aan alle voorwaarden, die voortvloeien uit het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat houdt rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder e, van de Vreemdelingenwet 2000. Uit jurisprudentie is gebleken dat een EU/EER- of Zwitserse onderdaan wordt geacht rechtmatig verblijf te houden indien en zolang het tegendeel niet is vastgesteld. De lidstaten zijn niet verplicht aan een EU/EER- of Zwitserse onderdaan de eerste zes maanden van het verblijf een uitkering ten laste van de publieke middelen te verstrekken. Dit is de zogenoemde vrije termijn, waarin men rechtmatig verblijf heeft, bedoeld in artikel 8, onder i, van de Vreemdelingenwet 2000. Door het aanvaarden van werk kan die vrije termijn komen te vervallen of worden bekort. Door een beroep op een uitkering ten laste van de publieke middelen vervalt de vrije termijn meteen.
De EU/EER- of Zwitserse onderdaan die zich in Nederland heeft gevestigd, heeft in beginsel een rechtmatige verblijfsstatus op grond van het EU-recht. De verblijfsstatuscode die hij krijgt is 30 of 38 (vanaf 1 mei 2004). Bij deze verblijfsstatuscode is geen huursubsidie mogelijk. Wanneer de EU/EER- of Zwitserse onderdaan aanspraak wil maken op de publieke middelen, dan moet hij bij de Minister van Vreemdelingenzaken en Integratie een bewijs van rechtmatig verblijf aanvragen. Het initiatief daarvoor ligt bij de EU/EER- of Zwitserse onderdaan. De aanvraag moet worden ingediend via de gemeente. Nadat dit bewijs door het bevoegd gezag is verleend, is er sprake van een verblijfsrecht waarop de verblijfsstatuscode 28 of 29 dan wel 36 of 37 van toepassing is. Eerst dan kan hij voor huursubsidie in aanmerking komen.
Als bij de verwerking van een huursubsidieaanvraag blijkt dat de aanvrager op de peildatum een GBA-verblijfstitelcode 30 of 38 heeft, wordt dus géén huursubsidie verstrekt. Wanneer er aan de desbetreffende persoon, na de peildatum, toch nog een verblijfsdocument is verstrekt, dan kan er (opnieuw) huursubsidie worden aangevraagd met als eerst mogelijke ingangsdatum de maand volgend op de datum, met ingang waarvan het verblijfsrecht door de Minister van Vreemdelingenzaken en Integratie is vastgesteld. De toekenning van huursubsidie met terugwerkende kracht is slechts mogelijk wanneer de verblijfstitel met statuscode 28 of 29 dan wel 36 of 37 met terugwerkende kracht is aangepast (hetgeen mogelijk is bij EU-onderdanen). Er moet dan uiteraard wel sprake zijn van een eerder ingediende huursubsidieaanvraag.
Wanneer een medebewoner de verblijfsstatuscode 30 heeft, heeft dit geen invloed op het recht op huursubsidie voor de huurder.
Buitenlandse studenten (code 23 of 24) (= niet-EU studenten)
Deze studenten met een verblijfsvergunning voor studie moeten zelf in de kosten van studie en onderhoud kunnen voorzien. Om in Nederland te kunnen studeren moet de student in het bezit zijn van een MVV (machtiging tot voorlopig verblijf), tenzij hij de nationaliteit heeft van een EU/EER-land of van Australië, Canada, Japan, Nieuw Zeeland, de Verenigde Staten of Zwitserland. Verder moet de niet-EU student aantonen voldoende financiële middelen te hebben om de studie én het verblijf in Nederland te kunnen bekostigen. Hij moet bewijzen voor ten minste één jaar over dit geld te kunnen beschikken. Beroep op publieke middelen, zoals huursubsidie, is niet toegestaan. Voor verlenging van de verblijfsvergunning gelden dezelfde criteria. Wanneer de student voldoet aan de voorwaarden, zal hij een vergunning voor verblijf bepaalde tijd regulier, arbeid specifiek of geen arbeid, krijgen. De verblijfsstatuscode die daarbij hoort is 23 of 24.
Gezien de voorwaarden tot toelating zou de buitenlandse student geen huursubsidie mogen aanvragen. Wanneer hij dit tóch doet, zal de huursubsidie niet worden afgewezen op grond van de verblijfsstatus volgens artikel 10 van de Huursubsidiewet [en zal ook huursubsidie worden uitbetaald]. Echter: door het doen van een beroep op de openbare middelen riskeert de student dat zijn verblijfsvergunning wordt ingetrokken of niet verlengd, omdat kennelijk niet langer aan de voorwaarden voor het verblijf wordt voldaan. In geval van EU/EER- en Zwitserse studenten geldt dat het verblijfsrecht daardoor vervallen kan worden verklaard, in welk geval het verblijfsdocument wordt ingenomen.
Medebewoners zonder Sofi-nummer (code 32)
Medebewoners met verblijfsstatus 32 zullen geen Sofi-nummer hebben. Dit heeft tot gevolg dat automatische inkomens- en vermogenscontrole voor die medebewoners niet mogelijk is. De systematiek van de uitvoering van de Huursubsidiewet leidt ertoe dat aan huurders met medebewoners zonder Sofi-nummer altijd een ‘beperkt huursubsidiebericht’ wordt gestuurd. De huurder moet zelf de hoogte van het inkomen (veelal nihil) op het reactieformulier opgeven.
Melding van GBA-codes aan de IND
Het Ministerie van VROM is voornemens de gegevens van aanvragers van huursubsidie met bepaalde GBA-codes door te geven aan de IND. Hierover dienen nog nadere afspraken te worden gemaakt. Het betreft GBA-codes die duiden op een verblijfstatus waarbij mogelijk een aantekening in het verblijfsdocument kan staan dat de betreffende persoon geen aanspraak mag maken op publieke middelen (zoals huursubsidie). Dit kan bijvoorbeeld gelden voor buitenlandse studenten. De IND kan vervolgens tot nader onderzoek overgaan en vaststellen of dit voor de betreffende persoon gevolgen kan hebben voor de verblijfstatus. Het aanvragen op zich kan al een grond zijn voor het intrekken van de verblijfstatus. Indien de verblijfstatus wordt ingetrokken, zal dit automatisch leiden tot een wijziging van de GBA-code voor de betrokkene (geen rechtmatig verblijf). Het Ministerie van VROM krijgt hiervan een melding binnen van het GBA en kan vervolgens eventueel onterecht betaalde huursubsidie stopzetten dan wel terugvorderen.
Voetnoten
Deze personen zijn vreemdelingen met één van de volgende nationaliteiten: België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Liechtenstein, Luxemburg, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Verenigd Koninkrijk (Groot-Brittannië en Noord-Ierland), IJsland en Zweden. In 2004 komen daar nog bij: Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije.