Rb. Rotterdam, 07-12-2021, nr. C/10/617712 / JE RK 21-1155
ECLI:NL:RBROT:2021:13433
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
07-12-2021
- Zaaknummer
C/10/617712 / JE RK 21-1155
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBROT:2021:13433, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 07‑12‑2021; (Beschikking)
Uitspraak 07‑12‑2021
Inhoudsindicatie
“Verlenging ondertoezichtstelling. Schoolverzuim. Onderliggende systemische problemen.”
Partij(en)
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
zaaknummer: C/10/617712 / JE RK 21-1155
datum uitspraak: 7 december 2021
beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
betreffende
[naam kind], geboren op [geboortedatum kind] 2005 te [geboorteplaats kind],
hierna te noemen: [naam kind].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats moeder],
[naam stiefvader],
hierna te noemen de stiefvader, wonende te [woonplaats stiefvader],
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west,
hierna te noemen de GI, gevestigd te Dordrecht.
Het verdere procesverloop
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 7 september 2021 en de daaraan ten grondslag liggende stukken.
Op 7 december 2021 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden en heeft de kinderrechter de zaak met gesloten deuren behandeld. De behandeling van de zaak heeft gelijktijdig plaatsgevonden met de behandeling van de strafzaak (leerplicht) onder parketnummer 10-051515-21. Verschenen zijn:- [naam kind], die tevens voorafgaand aan de zitting apart is gehoord;- de moeder;- de stiefvader;
- [naam 1] en [naam 2] namens de Raad;- [naam 3] namens de GI.
De feiten
Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder.
[naam kind] woont bij de moeder en de stiefvader.
Bij beschikking van 7 september 2021 is [naam kind] onder toezicht gesteld tot 1 januari 2022. De behandeling is voor het overig verzochte aangehouden.
Het aangehouden verzoek
De Raad heeft (oorspronkelijk) de ondertoezichtstelling van [naam kind] verzocht voor de duur van twaalf maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Nu resteert de periode tot
7 september 2022.
Ter zitting heeft de Raad het resterende deel van het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht. [naam kind] wordt nog ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd. In de afgelopen periode zijn de zorgen zelfs toegenomen. Eerdere hulpverlening aan het gezin verliep niet goed. De Raad heeft er vertrouwen in dat een gedwongen kader kan helpen om een structurele verandering tot stand te brengen.
Het standpunt van de GI
De GI heeft kenbaar gemaakt dat zij - in tegenstelling tot de Raad - geen meerwaarde ziet in een verlenging van de ondertoezichtstelling. Vanuit de GI zijn al verschillende middelen ingezet om de bestaande patronen te doorbreken. [naam kind] is vanwege zijn leeftijd - hij is nu 16 jaar - zelf verantwoordelijk voor zijn schoolgang. Wel vindt de GI het van belang dat de in de strafzaak ingezette jeugdreclassering wordt voortgezet.
Het standpunt van de moeder en stiefvader
De moeder heeft meegedeeld dat zij verwacht dat de situatie zal verbeteren als [naam kind] op een gegeven moment een MBO-opleiding volgt. Zij spreekt [naam kind] aan op zijn schoolverzuim en het te laat komen. [naam kind] moet het uiteindelijk zelf gaan doen.
De stiefvader heeft te kennen gegeven dat hij vanwege zijn werk nauwelijks thuis is. Hij vertrouwt op de moeder.
De beoordeling
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek.
Gebleken is dat de 16-jarige [naam kind] nog ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Er is sprake van structureel schoolverzuim. Zo is [naam kind] al twee maanden niet op school ([naam school]) geweest - ook niet voor het inleveren van huiswerkopdrachten. Het lijkt of er niemand is die [naam kind] op adequate wijze kan motiveren voor en begeleiden met school. [naam kind] kan zijn eigen gang gaan. De inschatting is dat het verzuim onverminderd zal blijven bestaan, mede door forse onderliggende systemische problemen. De ingezette jeugdreclassering heeft op dit punt (nog) geen verbetering gebracht. Gelet op dit alles acht de kinderrechter hulpverlening in een verplicht civiel kader noodzakelijk. Ook al is [naam kind] 16 jaar oud, hij woont thuis en wordt nog voor een belangrijk deel verzorgd en opgevoed door zijn moeder en stiefvader. Zij hebben nog steeds een taak in het motiveren en begeleiden van [naam kind] bij zijn schoolgang. Een jeugdbeschermer kan hen hierin ondersteunen.
De kinderrechter zal daarom het resterende verzoek toewijzen en de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengen tot 7 september 2022.
De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [naam kind] tot 7 september 2022;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 december 2021 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van M.A. den Hartog als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 23 december 2021.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.