Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/3.4.1
3.4.1 Kenmerken van het fiscale bestuurlijke boetestelsel tot 1998
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940723:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 9 lid 3 (aangifte aanslagbelastingen), art. 18 (navordering), art. 21 (naheffing) en art. 22 (betaling aangiftebelasting) AWR, tekst 1997 e.e..
Paragraaf 3.5 behandelt deze periode afzonderlijk.
Zie paragraaf 3.6.1 en paragraaf 3.6.2 voor een toelichting op de lange duur van het wetgevingsproces dat uiteindelijk leidde tot de grootscheepse wetswijziging van 1998.
Bij navordering verviel de boete geheel en bij naheffing werd deze getransformeerd tot een ordeboete (10 %).
Een beschrijving van de verschillende boetes is te vinden bij De Blieck e.a. 1995, par. 8.1 en 8.2. Zie ook Koopman 1996, par. 6.4.1.
Art. 16 Wet op de motorrijtuigenbelasting 1966, belopen wanneer de weg was gebruikt zonder dat vooraf de belasting was betaald. Ook art. 17 bevatte een ‘administratieve boete’ wegens het niet verstrekken van inzage in bewijsstukken aangaande het betaald zijn van de belasting. Het beleidsmatige uitgangspunt ten aanzien van de hoogte van de bijzondere verzuimboetes op grond van de Wet MRB is pas recentelijk versoepeld en is thans 50 %, zie de wijziging van par. 34 BBBB per 1 juli 2023 (Stcrt. 2023, 17366).
In de periode vanaf de invoering van de AWR werden de fiscale bestuurlijke boetes verspreid aangetroffen in de AWR. In of meteen volgend op de bepalingen die het type aanslag regelden (primitieve aanslag, navorderingsaanslag, naheffingsaanslag) was ook de eventuele boete te vinden, die nog steeds werd aangeduid als ‘verhoging’.1 In de jaren tachtig van de 20e eeuw is de wettelijke vormgeving van deze fiscale bestuurlijke boetes onder invloed van de Europese mensenrechtenjurisprudentie van het EHRM aan het wankelen gebracht.2 Het duurde uiteindelijk nog jaren (tot de herziening van het fiscale bestuurlijke boeterecht van 1998) voordat de formele, nationale wetgeving ook daadwerkelijk werd aangepast aan de nieuwe normen zoals deze uit die jurisprudentie volgden.3 In paragraaf 3.4.2 en verder beschrijf ik de rechtsontwikkeling in de periode vanaf de invoering van de AWR tot de jaren tachtig van de 20e eeuw.
Samenvattend kunnen de kenmerken van het fiscale bestuurlijke boetesysteem zoals dat tot 1998 wettelijk heeft gegolden, als volgt worden weergegeven:
De sanctie had de vorm van een ‘verhoging’ van de in de aanslag begrepen belasting (de verhoging was dus onderdeel van het belastingbedrag);
De verhoging was dwingendrechtelijk voorgeschreven: de inspecteur had ter zake geen beleidsruimte of beleidsvrijheid;
Er gold een onderscheid tussen relatief lage ordeboeten (tot 10 %) enerzijds en in potentie aanzienlijke niet-ordeboeten (tot 100 %) anderzijds;
Voor ordeboeten was een schuldverband niet vereist. De niet-ordeboete kwam te vervallen (of werd lager)4 voor zover het niet aan opzet of grove schuld was te wijten dat te weinig belasting was geheven;
Ter zake van de verhoging bij navordering of naheffing moest de inspecteur een kwijtscheldingsbesluit nemen;
Met betrekking tot dat kwijtscheldingsbesluit bestond een rechtsingang: het besluit was voor bezwaar en beroep vatbaar.
Vóór de herziening van 1998 zag het fiscale bestuurlijke boeterecht volgens de AWR er, schematisch weergegeven, als volgt uit:5
Aard heffing
Soort boete
Heffing bij wege van aanslag
Heffing bij wege van voldoening of afdracht op aangifte
Ordeboeten
Aangifteordeboete
aanslagbelastingen
(art. 9 lid 3 (oud) AWR):
- verhoging van 5 %
- geen kwijtscheldingsbesluit
Betaalordeboete
aangiftebelastingen
(art. 22 (oud) AWR):
- verhoging van 10 %
- geen kwijtscheldingsbesluit
Naheffingsordeboete aangiftebelastingen (art. 21 (oud) AWR):
- verhoging van 10 %
- kwijtscheldingsbesluit
Niet-ordeboeten
Navorderingsboete
aanslagbelastingen
(art. 18 (oud) AWR):
- verhoging van 100 %
- kwijtscheldingsbesluit
Naheffingsboete
aangiftebelastingen
(art. 21 (oud) AWR):
- verhoging van 100 %
- kwijtscheldingsbesluit
Volledigheidshalve moet worden opgemerkt dat ook buiten de AWR nog steeds verhogingen in afzonderlijke, materiële heffingswetten waren opgenomen. Zo bevatte de motorrijtuigenbelasting bijvoorbeeld (toen al) een belangrijke en veelvuldig opgelegde verhoging van 100 %.6 De aan dergelijke verhogingen ten grondslag liggende uitgangspunten weken echter niet wezenlijk af van de hierboven weergegeven, algemeen geldende verhogingen uit de AWR. Daarom laat ik een afzonderlijke behandeling achterwege.